Uitgelicht

Plagiaat op de kansel…

Laatst werd een Hersteld Hervormde collega uit Ouderkerk a.d. IJssel door zijn Kerk voor zes weken geschorst, omdat hij plagiaat had gepleegd. Ofwel: hij had op de kansel teksten van collega’s in zijn preken gebruikt zonder dat te vermelden… Ik vond dat toch zo’n vreselijk sneu bericht. Inmiddels mag hij weer preken, maar hoe kijken gemeenteleden dan voortaan naar je? Als een soort bedrieger? Wat vinden googelende toekomstige beroepingscommissies?

De HHG te Ouderkerk aan de IJssel is een gemeente met zo’n 1400 zielen… Ik kan mijn gemeenten van ong. 800 zielen al krap aan pastoraal bijhouden. En in dat segment van kerkelijk Nederland moeten predikanten doorgaans altijd 2x per zondag voorgaan / als gastpredikant in vacante gemeenten / doordeweeks in weekdiensten / plus optreden op allerlei vergaderingen en toogdagen enz. En een preek moet zo’n 45 minuten duren. Ga er maar aanstaan! Kerkeraden en gemeenten hebben echt meestal geen idee hoeveel energie en tijd en geloof (en twijfel) gaat zitten in preekvoorbereiding – al helemaal als je zelf eens geestelijk ‘laag tij’ meemaakt. Dan kan het uren kosten voor er een letter op papier / op het scherm staat…

En dan waren – gechargeerd gezegd – gemeenteleden vroeger meer loyaal en trouw dan tegenwoordig. In mijn eerste gemeente Midwolda (toen zo’n 380 leden) zaten indertijd in de morgendienst zo’n 240 mensen in de kerk en ’s middags zo’n 200 of meer. Vonden we toen gewoon, terwijl ik nu besef hoe bijzonder dat was. En als ik mijn preken van toen nog eens doorneem staat het schaamrood me soms op de wangen: ik probeerde veel te veel tegelijk te zeggen. Maar ze waren er gewoon altijd, ‘want het is zondag en dit is onze kerk en onze dominee en hij doet z’n best…’ Ik herinner me nog goed hoe ik soms tegen 14.00 uur nog in blinde paniek aan de middagdienst zat te werken terwijl de eerste kerkgangers alweer aan mijn studeerkamerraam voorbij liepen: je hebt nog een kwartier en dan moet je die kant op. Soms moest je al improviserend van punten preken en bidden dat de mensen dat niet in de gaten hadden. Gewoon omdat het die afgelopen week te druk was.

Vandaag de dag (en zeker sinds corona) is dat allemaal anders: je hoeft het niet met je eigen dominee te doen… Nu kun je namelijk op internet te kust en te keur predikers vinden die een stuk boeiender / diepgaander / vlotter / aansprekender / beter zijn dan jouw plaatselijke exemplaar. Her en der zijn verzamelaars die de top-categorie aan prekers op speciale kanalen zetten… Daar kun je dus nooit tegenop als huis-tuin-en-keukendominee! Misschien kun je gedachten / vondsten / flarden van die kanseltijgers overnemen om de eigen gemeente meer te bereiken en mee te dienen? Helaas hebben kiene gemeenteleden die handig zijn met zoekopdrachten op internet dat zo in de gaten en betrappen ze je op heterdaad. Plagiaat!

Heb ik ooit plagiaat gepleegd? Nou, ik zie bv. dat ik op zondag 8 april 1990 een preekschets van ds. J. Overduin bijna één op één overgenomen heb… Sorry Midwolda! Kwam door tijdnood en omdat Overduin heel wat beter kon preken dan ik en omdat de gemeente dat niet zomaar in de gaten had omdat ze die preekschetsenbundel immers niet thuis in de kast hadden staan. Maar goed: zo’n preekschets was ook bedoeld om er gebruik van te maken. Wat is plagiaat? Als je net predikant bent heb je (hopelijk) de vakkennis om Schriftuitleg om te zetten in een preek. Maar dat is nog geen verkondiging! Je hebt een tiental jaren nodig om daarin een soort eigen stem te vinden. Op die weg heb je voorbeelden nodig die inspireren, die je op gedachten brengen, die je leren om echt te preken. Je leest hen, denkt er over na en je gaat hen – bewust èn onbewust – meenemen naar jouw kansel. Uiteraard de Bijbelcommentaren die je aanspreken. Maar mijn preken zitten ook vol flarden van H.F. Kohlbrugge, K. Dijk, O, Noordmans, J.J. Koopmans, J. Overduin, H. Veldkamp, E.L. Smelik, H. de Jong en F. Buechner. Inmiddels opgenomen in m’n eigen manier van preken, maar ik sta echt helemaal op de schouders van anderen. Zoals elke predikant!

En dat komt nog ouderwets allemaal uit m’n boekenkast. Op het internet echter kun je preken vinden uit heel de wereld, die je eventueel via Google Translate razendsnel vertalen kunt. En daar komt dan nog bij dat je ook ChatGPT en soortgelijke AI-tools kunt inzetten… Feitelijk zijn dat geavanceerde zoekmachines die (zonder zich druk te maken om futiliteiten als auteursrecht o.i.d.) het hele internet leegharken en het resultaat op jouw verzoek kunnen formuleren als een soms verbazend aardige preek. Maar het is nooit jouw eigen stem! Daar is eigen Schriftlezing, uitleg, meditatief overwegen en gebed voor nodig. Toch kan zoiets je heus wel op gedachten brengen die je kunnen helpen, net als die Postilles enz. van vroeger. Is dat plagiaat? Nee, dacht het niet. Kan het natuurlijk wel worden als je vastgelopen bent, een burnt-out hebt, geestelijk aan de grond zit en tóch moet leveren… Maar dan is het tijd voor een goed gesprek met een vertrouwd iemand, een mentor en/of betrouwbare, wijze kerkeraadsleden. Plagiaat kan in die zin ook een hulpvraag zijn…

Ik bedoel maar: kom anno 2026 maar eens elke zondag met een goed, boeiend, aansprekend, ernstig, warm verhaal namens de HEER der Kerk. Dat is een loodzware opgave, vooral tegenwoordig, nu de kerkgangers een zeer gevarieerd publiek vormen. Ik vind preken een stuk moeilijker dan zo’n 40 jaar geleden. Nee, ik heb genoeg ervaring om niet meer in paniek te raken als iets af moet, maar je hebt wel meer existentiële twijfel over wat anno nu de goede toon is. Indertijd in Midwolda kwamen de ouderlingen in een nazit na de middagdienst – gehuld in wolken sigaren- en sigarettenrook – met een nabespreking van de gehouden preken. Wat sprak hen aan, wat minder, waar moet je opletten. Maar altijd positief en betrokken bij ‘hun’ dominee. Dat soort ouderlingen zou je de beginnende predikanten van nu ook gunnen, maar het is eenzamer geworden denk ik. Ik denk met dankbaarheid terug aan die ambtsdragers van toen, doorgaans zonder al te hoge opleiding, maar met veel liefde voor de HERE, voor de kerk, voor de Schrift en voor hun jonge predikant. Hopelijk heeft m’n Hersteld Hervormde collega ze nog in de buurt en houden ze hem met liefde in de gaten.

Uitgelicht

Is de staat Israël Gods oogappel?

Het eerste slachtoffer van elke oorlog is de waarheid… Beide partijen proberen middels propaganda altijd ‘de waarheid’ hun kant op te trekken. Dat is een waar woord, zie Rusland en Oekraïne, maar ook als het om de oorlog in Gaza gaat. Intussen lijkt Hamas die propaganda-oorlog inmiddels helaas zelfs gewonnen te hebben… En daar hoeven ze niet veel voor te doen: ze blijven eenvoudig met de overlevende Israëlische gijzelaars in hun tunnels zitten en laten hun volksgenoten bovengronds kapot bombarderen en vinden dat wel prima. Dat werkt wereldwijd: de pro-Palestina-demonstranten tegen Israël hebben enkel oog voor de burgerslachtoffers in Gaza en lijken glad vergeten – of willen het niet zien? – dat deze oorlog is begonnen met een regelrechte pogrom/moordpartij door Hamas. Er is nogal wat desinformatie rondom Gaza: veel (allochtone) mensen in Nederland krijgen de oorlog in Gaza bv. nogal gekleurd gepresenteerd door media als bv. Al Jazeera die dagelijks niets anders doen dan zoveel mogelijk bloederige burgerslachtoffers, m.n. kinderen, in beeld brengen. Je hoort niets over het intimiderende optreden van Hamas en de corruptie van allerlei criminele bendes in Gaza. En van die 60.000 doden in dat vreselijke oord zijn er ongetwijfeld zo’n 25.000 volwassen Hamas-aanhangers, die na 7 oktober legitieme oorlogsdoelen zijn. Maar! Er komen door dat meedogenloze geweld van het Israëlische leger dus ook duizenden onschuldigen om. Dat is ten hemel schreiend en het gaat evenmin aan om dat te negeren, laat staan als collateral damage ‘goed’ te praten. Ook de regering van Israël komt met allerlei propaganda om aandacht af te leiden van de slachtoffers in Gaza, bv. door alle kritiek op Israël te framen als anti-semitisme. Dat laatste is er ongetwijfeld en de huidige fixatie op Israëls ingrijpen in Gaza heeft in die zin een hypocriet karakter dat bv. niemand wakker ligt van de islamitische moordpartijen in Soedan. Maar het is toch net zo hypocriet om bv. met een beroep op dat laatste al die dode kindertjes in Gaza maar voor lief te nemen. Een beweging als Christenen voor Israël zou (terecht) op z’n achterste benen staan als 100 Joodse kinderen omkomen door moorddadig terrorisme, maar je hoort ze nauwelijks over Gaza omdat men achter Israël wil staan. Nou, ik sta in beginsel ook achter Israël, maar vindt het optreden van de regering Netanyahu volkomen verkeerd, net als veel Israëli’s trouwens. Rechtse Israëlische politici in die regering komen er momenteel rond voor uit dat ze liefst alle Palestijnen uit Gaza en de Westbank zouden deporteren en dat is ronduit racisme. Dat er heel wat Christen-zionisten zijn die dat eigenlijk ook wel een goed idee vinden, omdat dat past in hun Eindtijdvisie en hun dispensationalistisch filter van Schriftuitleg, is nog erger en strijdig met het Evangelie. Ik vind dat echt onder de maat voor mensen die zich naar Jezus Christus willen noemen.

Ik heb de verschrikkelijke pogrom van Hamas al eens eerder een opgezette fuik genoemd waar Israël met open ogen ingelopen is qua vergelding en wraak. Niemand zou het Israël kwalijk genomen hebben als ze die moordenaars en hun leiders zouden hebben opgejaagd en omgebracht. Maar deze uitzichtloze oorlog in Gaza, zonder een exit-strategy, is niet alleen rampzalig voor alle burgerslachtoffers, maar net zo goed voor het image van de staat Israël en voor het moreel besef van burgers en leger. Terwijl na 7 oktober de wereld zich grotendeels rond Israël schaarde, wordt het land nu een soort internationale paria. Is dat terecht? Nee, vind ik – maar Netanyahu en zijn regering oogsten zo ook wat ze zaaien. Ik vind de oorlog in Gaza geen genocide en erger me wild aan het gedram daarover in Nederland van de agressieve pro-palestina groeperingen (denk bv. aan de ophitsende halvegaren van Denk in onze eigen parlement…), maar een groot Israëlisch schrijver als David Grossman neemt die term wèl in zijn mond. Is hij een antisemiet? De Israëlische oppositie, kranten als Haaretz, honderden rabbijnen, (ex)legerbevelhebbers noemen de aanpak in Gaza catastrofaal en moreel niet te verdedigen. Dat kun je ook moeilijk antisemitisme noemen toch… Juist als je om staat en volk van Israël geeft, moet je momenteel ook scherpe kritiek kunnen uiten. Want geen staat is heilig. Ieder land moet zich ook regels van humanitair oorlogsrecht houden (ook al doen veel landen met felle kritiek op Israël dat zelf niet…) En zeker een land dat zich als de enige democratie in het Midden-Oosten beschouwt.

Sommige Christenen echter beschouwen de staat Israël blijkbaar wel als heilig. Sterker nog, soms lijkt het een soort mantra om te beweren dat ieder die Israël nu scherp kritiseert zich vergrijpt aan Gods oogappel (Zach. 2) en daarmee aan de HERE Zelf. Te pas en vooral te onpas hoor ik verdicten als: wie Israël zegent zal gezegend worden en wie Israël vervloekt zal (door de HERE) vervloekt worden… Waar dan met Israël de huidige staat met de huidige regering bedoeld worden, is dat echt misbruik maken van de Schrift en God voor een nationalistisch karretje spannen. Opvattingen die neerkomen op: Het is Gods volk, dus God staat ook hierin aan hun kant komen wat mij betreft neer op afgoderij en natuurlijke theologie.

Maar het staat toch zo in de Bijbel? Nee hoor. Zacharia duidt met de term oogappel op ballingen uit Juda die uit Babel moeten terugkomen voordat die stad geoordeeld zal worden. En de verdere vervulling van dat woord: de herbouw van de tempel en een Jeruzalem zonder muren waarin ook de heidenen mogen wonen bij de HERE zien we vervuld in Jezus Christus (Joh. 2: 19-22) en in het Nieuw Jeruzalem, dat uit de hemel neerdaalt (Op. 21: 22-27). Dat kun je dus niet zomaar op de huidige staat Israël toepassen. Ook als je zegt dat Israël Gods volk is, moet wel uitgelegd worden wat met de aanduiding ‘Israël’ bedoeld wordt… Zijn dat alle nakomelingen van Jakob = Israël? Is dat het Tienstammenrijk Israël? Is dat het land Israël en welke grenzen houden we dan aan? Is dat de huidige bevolking van de staat Israël, waarvan zo’n 20% moslim is? Zijn dat de Joodse inwoners van Israël, waarvan het merendeel seculier = niet-gelovig is? Zijn dat alle Joden? Of is dat het Israël Gods, de minderheid – de Rest – van gelovige Joden, omdat immers ‘niet allen die van Israël afstammen ook Israël zijn’ (Rom. 9: 6)? Kortom, in de Schrift wordt die naam Israël steeds meer een kritisch begrip en niet een nationaal voorrecht.

Mensen mogen meer affiniteit met Israël hebben dan met de Palestijnen. Of andersom. Persoonlijk heb ik vanuit mijn opvoeding en jeugd en geloof automatisch meer verbondenheid met Israël dan met Arabische landen. (Op mijn School met de Bijbel was de landkaart van Israël bijna vertrouwder dan die van Nederland.) Maar je moet niet meegaan in eenzijdige propaganda. Al helemaal niet door je te gaan beroepen op God en Zijn Woord. De profeten van Israël hebben goed duidelijk gemaakt wat onze roeping is: ‘Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HERE van anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God’ (Micha 6: 8). En wat vindt onze Heiland trouwens van meedogenloze vergelding? Vanuit het Evangelie horen we bewogen te zijn met alle zwakken die in deze oorlog verpletterd worden. En hoort bv. onze verbondenheid met Palestijnse Christenen die tussen twee vuren zitten boven sympathie voor naties uit te gaan. De Protestantse Kerk ligt vanuit beide extremen flink onder vuur omdat ze én opkomt voor het bestaansrecht van Israël én voor de Palestijnse Christenen én voor de slachtoffers in Gaza én tegen het antisemitisme, maar weigert een politieke kant te kiezen. Volgens mij is dit de enige juiste stellingname voor een Christelijke Kerk.

Ik geloof ook dat de HERE Zijn wegen houdt met Zijn oude volk, maar dat hoef je niet één-op-één te koppelen aan de huidige staat Israël. Als je dat wel direct doet, dan zijn namelijk ook de zegen- en vloekbepalingen uit bv. Deuteronomium 28 van toepassing op het land… Dat doen zeer orthodoxe rabbijnen wel (en die zijn daarom tegen de staat Israël), maar daar hoor je Christenen voor Israël nou nooit over. Nee, Israël is een bijzonder land met een bijzondere geschiedenis. Ze hebben in hun land een Thuis gekregen, na bijna te zijn uitgeroeid in Europa en overal te zijn weggejaagd uit Arabische landen. Ze hebben recht op een veilig bestaan en mogen zich verdedigen tegen Islamitische vijanden rondom. Maar ze moeten zich ook houden aan humanitair recht en oorlogswetten, juist ook om hun eigen morele identiteit niet kwijt te raken en geen onverschilligheid voor onschuldigen te kweken. Een echte vriend van Israël moet dan nu ook kritisch wezen op het beleid. En het geloof weet: echte vrede voor Jeruzalem komt er niet door de huidige regering van Israël, maar door de Messias die gekomen is en komen zal.

Excuses…

De laatste weken keek ik met toenemende verbazing naar het Journaal. Eerst ging het er jaren over dat Nederland excuses moest maken voor de slavernij en slavenhandel in vroegere eeuwen. En toen dat eenmaal zover was, kwamen de excuses blijkbaar te vroeg, op de verkeerde plek en uit de mond van verkeerde mensen… Bijna moesten er weer excuses voor de excuses worden gemaakt. Kortom: spijt, excuus, schuldbelijdenis – dat zijn blijkbaar ingewikkelde woorden. Het lijkt niet eenvoudig om hiermee de juiste toon aan te slaan. Je wilt dingen recht zetten, maar irritatie ligt op de loer. Bij alle partijen… Terwijl schuldbelijdenis en vergeving – zo weten we toch als Christenen? – geweldige woorden zijn, die helen en bevrijden. In de kerk en in de wereld kunnen we niet zonder!

Iedereen weet dat de slavernij een afschuwelijke misstand was (en is). Het idee dat je medemensen beschouwt als eigendom, die je kunt verhandelen en uitbuiten is te gruwelijk voor woorden. En het is overigens geen verleden tijd: vrouwenhandel, kinderarbeid, zelfs letterlijke slavernij – het komt nog altijd in onze wereld voor. Mensen kunnen onmenselijk zijn, zo weten we. En Nederland hoorde bepaald niet bij de eerste landen die de slavernij officieel afschaften: pas in 1863 was het officieel zo ver. Hoewel er in ons land altijd protesten zijn geweest tegen de misstand van de slavernij, had het economisch gewin vaak voorrang. Toen bv. de kerk in de 17e eeuw uitsprak dat Christenen geen slaven konden zijn, omzeilden onze – Christelijke! – kooplui dat dan maar door de zending voortaan op een laag pitje te zetten of zelfs tegen te werken… Handel en winst gingen – als zo vaak – voor beginselen.

Waarom is het dan zo moeilijk om daar schuldbelijdenis voor te doen? Onze regering vermijdt dat woord zorgvuldig: dat zal alles te maken hebben met de uit Amerika overgekomen financiële claimcultuur die tegenwoordig helaas hoogtij viert. Zodra dat woord valt draven advocaten naar de rechter om voor allerlei benadeelden compensatie te eisen. Dat is in dit geval erg jammer, omdat dat een inhoudelijk gesprek over de zaak in de weg staat. Vandaar dat premier Rutte onlangs namens de Nederlandse staat excuses gemaakt voor de slavernij. Dat klinkt een stuk neutraler dan schuldbelijdenis. En je loopt geen risico op claims…

Ik schat het enthousiasme van de gemiddelde Nederlander voor de nationale excuses intussen niet hoog in. De nogal absurde discussies rondom het uitspreken van die excuses hebben vrees ik averechts uitgewerkt. Dat komt ook omdat zelfs de goede bedoelingen van onze overheid in deze tijd op een flink portie wantrouwen van alle partijen schijnt te stuiten, althans in het publieke domein. (Ik hoop altijd maar dat de zwijgende meerderheid van de bevolking hierin een stuk redelijker is.) Daar komt dan bij dat soms mensen deels niet lijken te (willen) begrijpen dat excuses van de Nederlandse Staat niet betekenen dat ieder van ons persoonlijk schuld zou hebben aan de (gevolgen van de) slavernij. Het gaat om een historische verantwoordelijkheid. En tenslotte is er de wat mij betreft begrijpelijke ergernis over een sfeer van blamen en claimen die rondom deze nationale excuses gehoord wordt. Ook dat lijkt mij overigens om een minderheid van kleine actiegroepen te gaan, zoals zo vaak. Ik heb niet de indruk dat de grote meerderheid aan Surinamers en Caribische landgenoten zich erg druk maken om deze kwestie…

Het zou immers zonde (!) zijn als alle gesteggel rond die excuses en alle irritatie over dat gesteggel een echte dialoog over de zaak zelf in de weg zouden staan. Het is immers helemaal niet verkeerd om dingen die fout zijn geweest in ons collectieve en persoonlijke verleden te benoemen. Daar worden mensen niet minder van. Het kan verhoudingen doen opklaren en wegen naar toekomst openen. Maar dan wel graag een open gesprek, dat niet doodloopt in het gretig aanwijzen van slachtoffers en daders anno nu. Dat laatste schiet niet op. En niemand schiet er ook echt mee op. Laat staan dat er heilloze discussies zouden ontstaan over financiële compensatie. Dan is het einde zoek. Ik bedoel maar: ik heb als predikant nog mensen gekend die ooit in diepe armoe zijn groot geworden in plaggenhutten in de Veenkoloniën… Einde 19e eeuw hadden veel uitgebuite landarbeiders en arbeiders in sloppenwijken het niet veel beter dan ooit elders op de plantages. Sommige van die regio’s in ons land staan qua welvaart nog steeds op achterstand in ons land. Moeten nazaten persoonlijk om compensatie vragen? Bij wie? Dan kunnen we beter gezamenlijk energie steken in infrastructuur en goed onderwijs voor iedereen.

Excuses kunnen al gauw holle woorden zijn, als er geen echte dialoog op volgt. Zo van: dat hebben we gelukkig weer gehad. Dat risico lopen nu alle partijen in de discussies. Voor je het weet toeteren we alleen maar slogans tegen elkaar. Want bij voorbeeld: zijn excuses pas geldig als ze aanvaard worden? Is het mogelijk om excuses te eisen op jouw voorwaarden? Excuses zijn nooit verkeerd, maar hebben weinig impact als ze afgedwongen worden. Dat maakt een echt gesprek vrijwel onmogelijk. Laat staan dat het iets positiefs uitwerkt. Het is een groot risico vandaag-de-dag dat mensen hun identiteit vinden in slachtofferschap en dat laatste zelfs als een soort machtsmiddel hanteren. Daar is uiteindelijk niemand bij gebaat, vooral zijzelf niet. En het is ook veel te simpel om alle achterstand in de wereld en tekort in eigen leven te wijten aan historische misstanden en/of ontoereikend overheidsbeleid. En het is net zo simpel om je schouderophalend van het probleem af te maken: we hebben nu eenmaal een verantwoordelijkheid voor elkaar. Dat maakt ons tot mensen, schepselen Gods. En laat duidelijk zijn: het is een groot vergrijp jegens onze Schepper en Verlosser als mensen denken, leven en handelen alsof zij andere mensen in eigendom hebben. Dat is schuld. En dat is breder en gaat verder dan de slavernij in vroeger eeuwen.

Ofwel, er is nu eenmaal schuld in de wereld. En het gaat meestal niet aan om daar alleen ‘de ander’ op aan te spreken: het zit dieper, zowel gezamenlijk als persoonlijk. Dat hebben we gezamenlijk te belijden en daar hebben we gezamenlijk aan te werken. Waarom gebruiken we elkaar, ontmenselijken we elkaar? Daarvoor hoeven we echt niet naar het verleden te kijken. Het is overal.

In de Kerk hanteren we die bleke woorden als excuses liever niet. Als gezegd, wij krijgen vanuit het Evangelie hoge (en pijnlijke) woorden mee als schuldbelijdenis en schuldvergeving. We weten dat we vergeving nodig hebben. Dat de wereld een Redder nodig heeft. En juist Christenen weten ook dat zonde en schuld kunnen voortwoekeren in de wereld en in de tijd! Dat belijden we nota bene bij elke doop van een mensenkind. Kortom, we moeten ons niet makkelijk van dat soort vragen afmaken. Christus is naar deze wereld gekomen om ons te redden van onze zonden en leerde ons dagelijks te bidden om vergeving van onze schulden. Dat hebben we allemaal nodig, wat onze afkomst ook is.

Uitgelicht

Bloggen onder de vuurtoren…

Het wereldwijde internet wemelt van miljoenen blogs… Waarom zou ik er dan één aan toevoegen? Zit de wereld daarop te wachten? Nee, natuurlijk niet. Maar de verhuizing naar Goeree en starten als predikant in Ouddorp en Stellendam leek me een goed moment om er eens mee te beginnen. Nu of nooit! Gewoon omdat ik het leuk vind. En ook omdat ik in de Profielschets voor de gezochte predikant onder (heel veel) andere dingen ook las dat de beoogde dominee op de hoogte was van de social media. Dus in die zin zal ik wel moeten…

Nu is Facebook echt niets voor mij met al dat min of meer verplichte liken. En Twitter lijkt vaak echt het afvoergootje van de maatschappij, met allerlei geraas en getier. Op Instagram en TikTok hebben mensen van mijn leeftijd niets te zoeken. Dus! Een blog. Voor mensen die nog minder media-wise zijn dan ik: blog komt van weblog, ofwel een soort dagboek op het internet. Ik ben van plan om gewoon wat te schrijven over de dingen die me als predikant bezighouden. Gedachten over christelijk geloof, maar ook dingen die me raken in de cultuur en in de wereld: boeken, films, muziek. En ik vertel wat over mezelf. Zo kunnen gemeenteleden en dorpsgenoten me weer op een andere manier leren kennen. Van een veilige afstand, maar je kunt ook reageren!

Waarom Onder de vuurtoren? Eenvoudig: ik ben predikant van al de Gereformeerde Kerken op Goeree (dat zijn er twee, hoor). En ik zocht voor de intrededienst en ook voor dit blog een verbindend element. Ik dacht meteen aan de vuurtoren Westhoofd. Als wij vroeger een paar dagen op Goeree waren en je zag ’s avonds de banen licht over het Eiland vegen, dan waren we ergens thuis. Vroeger was natuurlijk de toren van Goedereede die vuurtoren: baken in nacht en ontij. Als vanzelf kwam ik bij onze Heer Jezus Christus, het Licht der wereld. Wel mooi dat vroeger de kerktoren ook vúúrtoren was! Dus schrijf ik mijn overpeinzingen onder de vuurtoren, maar dus vanuit het geloof in Jezus Christus, in Wie ‘Gods licht schijnt in de duisternis’ (Joh. 1). Waar zouden we zijn zonder licht?!

Ik zal proberen regelmatig iets op dit blog te zetten. Losse gedachten, een recensie of een verhaal dat ik kwijt wil. U hoeft het niet te lezen, maar er moet natuurlijk wel iets te lezen zijn… De vormgeving van dit blog heb ik helemaal te danken aan mijn lieve en begaafde dochter Gerjanne, die duizend keer media-wiser is dan ik. Ze is de deur al uit, maar gelukkig altijd bereid haar onhandige vader online uit de brand te helpen. Wilt U alvast nog meer persoonlijks van me weten? Probeer dan deze link!

C.W. Hoek.