Uitgelicht

Influencers (3): Leonard Cohen en Nick Cave

[De laatste jaren stuitte ik regelmatig op het verschijnsel influencer: doorgaans mij volstrekt onbekende meisjes die op de social media producten promoten en daarmee talloze volgers ‘beïnvloeden = influencen’… Dat is aan mij niet zo besteed, maar uiteraard ben ik ook beïnvloed door heel veel mensen. In tijden van quarantaine pluk ik dus wat boeken – of cd’s/dvd’s – uit mijn boekenkast en bouw een soort a-b-c van mijn geestelijke ‘influencers’]

Zou ik me strak aan een a-b-c van theologen houden (niet dus), dan kan ik bij de c niet om Johannes Calvijn heen… En uiteraard ben ik ook flink door hem beïnvloed. Ik zou zeggen: lees zijn Institutie maar eens! Staat compleet op internet. Ik wil echter een uitstap maken naar een paar singer-songwriters: Leonard Cohen (1934 – 2016) en Nick Cave (1957).

Leonard Cohen - Wikipedia
Leonard Cohen

Leonard Cohen verzorgt al bijna een halve eeuw een flink deel van de soundtrack of my life and soul. Heel wat autoritten zijn afgelegd en veel preken zijn gewrocht met de donkere stem van Cohen op de achtergrond. Oorspronkelijk is hij vooral een dichter / schrijver, die onderweg ergens op het lumineuze idee kwam zijn gedichten onder gitaarspel te zingen. De rest is geschiedenis. Zijn teksten, gecombineerd met de melancholieke toon van zijn ‘golden voice’, vervelen me nooit. Bij Cohen kan de taal nogal meervoudig zijn: woorden over liefde en sex kunnen naadloos overgaan in woorden over geloof en God. In zijn liederen zitten ontelbaar veel verwijzingen naar de Bijbel, maar je moet wel uitkijken om dat meteen al te vroom uit te willen leggen… Cohen heeft (zoals zijn achternaam aangeeft) joodse wortels, is deels Christelijk grootgebracht, is zeer gefascineerd door de gestalte van Jezus Christus, flirtte een tijd lang met het Boeddhisme om uiteindelijk toch weer het Joodse geloof min of meer te omhelzen.

Mijn eerste kennismaking met Cohen – als wat sombere puber – was het overbekende, eindeloos gecoverde Suzanne. Dat lied is uiteraard een hommage aan een vriendin. ‘Women have been exceptionally kind to me’, zong Leonard op zijn oude dag en dat mag je een understatement noemen. Maar ik werd meteen getriggerd door de woorden over onze Heer:

And Jesus was a sailor when he walked upon the water
And he spent a long time watching from his lonely wooden tower
And when he knew for certain only drowning men could see him
He said all men will be sailors then until the sea shall free them

Voor het eerst – en niet voor het laatst – besefte ik dat dichters / schrijvers / zangers de Schriften zomaar adequater kunnen uitleggen dan theologen. Uiteraard kende ik het verhaal over de impulsieve Petrus die zijn Heer over het water tegemoet wil lopen. Tot mislukken gedoemd natuurlijk – zo groot is ons geloof niet. Maar de twist die Cohen er vervolgens aan geeft: ‘Only drowning men could see Him’ raakt me tot op de dag van vandaag. Het is een diep bevindelijk inzicht.

Voor en na (!) de dood van Cohen zijn nog meerdere albums uitgebracht. Daarop is hij her en der aan het afscheid nemen van het leven, zich aan het voorbereiden op de dood. Worstelend met God vanwege pijn en verdriet in deze wereld. Maar daar is ook steeds vertrouwen, geloof in liefde, en zomaar overgave aan God. In You Want It Darker horen we allemaal woorden uit het Oude Testament en uit klassieke Joodse gebeden: ‘Hineni, I’m ready, my Lord’. Hineni is Hebreeuws voor ‘Hier ben ik’ (Gen. 22: 1) – overgave en beproeving… Verderop klinkt een aangevochten echo van het Kaddish, het gebed voor de doden en van de rouwenden. ‘Magnified, sanctified, be thy holy name’ Toch! Ook als alles donker wordt.

The Brutality and Tenderness of Nick Cave's Newsletters | The New Yorker
Nick Cave

Een andere singer-songwriter waar ik de laatste jaren naar moet luisteren is dus Nick Cave (1957), groot bewonderaar overigens van Cohen. Ook hij is al een leven lang gefascineerd door God, Jezus Christus en religie, en stopt veel Bijbel in zijn teksten, zonder overigens gelovig te willen heten.

“So, do I believe in God? Well, I act like I do, for my own greater good. Does God exist? Maybe, I don’t know. Right now, God is a work in progress.”

Waar bij Leonard Cohen de bitterheid het nooit wint van verlangen, ligt Nick Cave eigenlijk voortdurend overhoop met God. Ik ken geen zanger die z’n ziel zo hartverscheurend open legt in zijn liederen. Het is soms nauwelijks uit te houden. Toch is het gebed nooit ver weg: Uit de diepte roep ik… Tot Wie? Hij weet het niet goed. Maar hij roept om gehoor te vinden (Ps. 77).

Een aantal jaren geleden verloren Cave en zijn vrouw hun zoon bij een ongeluk. In zijn songs sindsdien is hij vaak met een wanhopig verdriet op zoek naar zijn verloren kind. De laatste jaren – beluister het imposante album Ghosteen – komt er ook meer ruimte voor vertrouwen, zo lijkt het. “Well, sometimes a little bit of faith can go a long, long way”, zingt hij in het aangrijpende Waiting For You, als hij een Jesus-freak ziet die de komst van de Heer verwacht. Op wie wacht hij zelf eigenlijk, naar wie ziet hij uit, is hij Waiting For? Gaat dat over een geliefde, over zijn uit het leven gevallen kind, over Christus – of alles tegelijk? Bij Cave is nooit iets een-voudig…

Naar Cohen kan ik uren achter elkaar luisteren, maar Nick Cave zingt bepaald geen achtergrondmuziek. Hij is in zijn liederen verbijsterend en genadeloos direct, als een soort profeet die eenvoudig moet zeggen wat er gezegd moet worden. Vroeger was hij me vaak te maniakaal, nu kan ik er bij – we zullen allebei veranderd zijn in en door het leven, zoals ieder mens verandert.

Een meer toegankelijk lied van hem dat velen zullen kennen (en dat dan ook opduikt in de Top 2000…) is Into my arms (1997). Het is een liefdeslied, dat inzet met de overtuiging niet te kunnen geloven in een God, die ingrijpt in dit leven. Maar toch wordt het lied een zeer intens gebed tot God om over zijn geliefde te waken en haar voor hem te bewaren.

Leonard Cohen is tot voorbij zijn laatste snik blijven zingen. Zijn zoon Adam voltooide het laatste album na zijn dood. Een van z’n eenvoudiger liedjes gaat over dat zingen: You got me singing / Even tho’ it all went wrong / You got me singing / The Hallelujah song. Mooi is dat! Ziel, gij zijt geboren tot zingen voor de HEER uw God.

Uitgelicht

Influencer (2): Bram van de Beek

Dr. A. van de Beek
[De laatste jaren stuitte ik regelmatig op het verschijnsel influencer: doorgaans mij volstrekt onbekende meisjes die op de social media producten promoten en daarmee talloze volgers ‘beïnvloeden = influencen’… Dat is aan mij niet zo besteed, maar uiteraard ben ik ook beïnvloed door heel veel mensen. In tijden van quarantaine pluk ik dus wat boeken uit mijn boekenkast en bouw een soort a-b-c van mijn geestelijke ‘influencers’]

‘Als ik aan God denk, dan kreun ik’ – dat is een krasse uitroep die we horen in Psalm 77. Nog altijd kom je her en der het misverstand tegen dat mensen die in God geloven het zichzelf makkelijk maken. Het geeft alleen maar aan hoe weinig mensen vaak begrijpen van geloof en geloven. Het is eerder andersom: niet-gelovigen zullen op de vraag naar alle verdriet en ellende in de wereld uiteindelijk niet veel verder komen dan de uitdrukking ‘shit happens’, hoe ontoereikend ook – alles is immers toeval? Maar gelovige mensen zullen dan altijd overhoop liggen met God. Het waarom?! schreeuwt omhoog uit de Bijbel, rauw en luidkeels. Tot in de ultieme wanhoop van onze Heer Zelf: ‘Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’

Over dit probleem – dat ieder gelovig mens herkent – kun je natuurlijk eindeloos piekeren. In theologisch jargon gaat het dan vaak om de vraag naar de Theodicee: hoe moet je de ellende in de wereld nu op een goede manier verbinden met God, van Wie wij immers belijden dat Hij almachtig is en goed… Daar zijn wel een miljoen boeken over geschreven. Ik heb in mijn jeugd letterlijk wakker gelegen van dat soort vragen, almaar zoekend naar manieren om God zo ver mogelijk bij alle leed en verdriet vandaan te houden. En natuurlijk kan ik er nog steeds wakker van liggen, vooral als mensen iets verschrikkelijks mee maken en jij dan als predikant geacht wordt een goed Woord namens God te spreken… Maar de vraag naar de Theodicee stel ik eigenlijk niet meer, omdat ik inmiddels wel weet dat je geen sluitend antwoord op al die waarom? -vragen gaat vinden. God geeft immers niet op alle vragen antwoord. Hij geeft Zichzelf en laat dat nu uiteindelijk het enige antwoord zijn dat we nodig hebben.

Bovenal: wat schiet ik er mee op als ik God zo ver mogelijk bij alle leed en verdriet vandaan wil houden? Dan ben ik Hem kwijt juist daar waar ik hem nodig heb! Zo kom ik terecht bij het het boek Waarom? uit 1984 van dr. A. van de Beek. Theologische boeken die je met rooie oortjes leest zijn nogal zeldzaam, maar dit boek heb ik letterlijk stukgelezen. Ook bij Van de Beek trouwens ga je hèt antwoord op de vraag naar lijden en verdriet heus niet vinden, hetgeen hij overigens ook nergens pretendeert. Wat was voor mij dan zo adembenemend aan dit boek? Vooral de intense manier waarop hij álle woorden van de Bijbel serieus nam, zelfs de zwaarste teksten. Op een wat mij betreft innig vrome en bevindelijke manier worden alle woorden Gods eerbiedig gehoord, over de almacht van God en de goedheid en barmhartigheid van God, juist ook daar waar ze lijken te botsen. De toon van dit boek was voor mij een verademing, omdat hier de pijn van de mensen èn Gods Woord èn God Zelf met liefde, vertrouwen en ernst werden gehoord.

Uiteindelijk probeert Van de Beek in zijn boek – en in al zijn boeken trouwens! – alle draden in Jezus Christus aan elkaar te knopen, omdat we in Hem God Zelf ontmoeten. Ook dat was een verademing omdat ik theologie studeerde in een klimaat waarin Christus nou niet echt centraal stond.

De manier overigens waarop Van de Beek alle Waarom?-vragen verbond aan de gekruisigde Christus kon/kan ik niet altijd volgen (in de dubbele betekenis van die uitdrukking…), maar het boek heeft me echt verder geholpen. Niet in het oplossen van mijn vragen, maar in het vragend onderweg zijn met de Heer. En inderdaad: je kunt de Waarom?-vraag alleen maar aan God stellen als je ook wilt horen naar het Evangelie van Jezus Christus. Dat maakt een algemeen gesprek over God en het lijden dan ook vrijwel onmogelijk! Immers, over welke God heb je het, als je het niet over de Vader van Jezus Christus wilt hebben?

Maar dit boek heeft mij echt verder geholpen en ik blijf met eerbied luisteren naar Van de Beek, één van de meest originele, dwarse en gelovige theologen van onze tijd. En uiteraard blijf ik ook over al dit soort vragen nadenken, al is het wonderlijk dat ik tegenwoordig houvast vind in een klassieke geloofshouding, waartegen ik me als tiener juist drastisch afzette… Zoals hieronder verwoord door een andere nogal tegendraadse theoloog…

De enige reden waarom ‘alle dingen’ zijn uit te houden is omdat God, de almachtige Schepper van hemel en aarde, als met Zijn hand alle dingen regeert en onderhoudt. (…) Als God zelf louter traan is, hoe zou Hij tranen kunnen drogen?

H.M. Kuitert
Uitgelicht

Influencer (1): Aurelius Augustinus

[De laatste jaren stuitte ik regelmatig op het verschijnsel influencer: doorgaans mij volkomen onbekende meisjes die op de social media producten promoten en daarmee talloze volgers ‘beïnvloeden = influencen’… Dat is aan mij niet zo besteed, maar uiteraard ben ik ook beïnvloed door heel veel mensen. In tijden van quarantaine pluk ik dus wat boeken uit mijn boekenkast en bouw een soort a-b-c van mijn geestelijke ‘influencers’]

Augustinus van Hippo

‘Onrustig is ons hart in ons, totdat het z’n rust vindt in U, o HEER’

Dit woord van de kerkvader Augustinus (354 – 430 A.D.) gaat al een leven lang met me mee. ‘Hoop op God, onrustige ziel van mij…’ staat ook al in Psalm 42. Repos Ailleurs, ‘de rust is elders’ . Dat is toch wel een soort grondlijn in mijn geloofsbeleving.

Belijdenissen

Het is een hele ervaring om de Belijdenissen van Augustinus (waaruit dat citaat komt) te lezen. Hoewel 16 eeuwen oud, is het een verbijsterend ‘modern’ boek: een soort autobiografie vol zelfanalyse, waarin Augustinus in een soms hallucinerend taalgebruik tot zijn Heer en Schepper spreekt over zijn leven en ziel. ,,Ik was God kwijt en ik was mezelf kwijt, maar ik vond mezelf weer doordat ik God weer vond.” Onderweg met zichzelf wil hij ook de lezer meenemen op de weg naar God. Vroeger – toen ik slimmer was… – heb ik hele lappen in het Latijn moeten lezen, maar nu heb ik de knoestige vertaling van Sizoo gebroederlijk naast de meer literaire vertaling van Wijdeveld staan. Het blijft een fascinerend boek, al kan Augustinus soms wel heel diep in zichzelf wroeten.

Augustinus woonde en werkte (als bisschop) het grootste deel van zijn leven in wat nu Noord-Afrika is, in de nadagen van het West-Romeinse Rijk, een onrustige tijd. Zijn boek Over de stad van God probeert het onderscheid te verwoorden tussen de menselijke staten, die komen en gaan, en het Koninkrijk Gods, dat komt en blijft. Zo heeft hij een enorme invloed op het Christelijk denken uitgeoefend, tot op de dag van vandaag. Hij pakte ook de intense woorden van de apostel Paulus weer op: ‘door Gods genade (in Christus) ben ik wat ik ben / wie ik ben’ (vgl. I Kor. 15: 10) – de diepte daarvan overdenkt hij eindeloos. De Reformatie zal daar weer bij aanhaken.

Wat ik trouwens wel mooi vind anno 2021 is dat Augustinus een Berber was. De oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika, vóór de Arabische verovering. De Berbers hebben nog lang vastgehouden aan hun Christelijk geloof, tot de Islam ook hen opgelegd werd. Ze hebben hun eigen taal en kunnen vaak de Koran niet eens lezen. Er wonen zo’n 300.000 Berbers in Nederland, al noemen we hen meestal Marokkanen. Het kan een eye-opener voor hen zijn te horen dat één van grootste denkers aller tijden één van hun was. Meestal weten ze niet dat ze christelijke roots hebben… In Algerije keren in sommige streken Berbers weer terug tot het Christelijk geloof, waarvan Augustinus zo intens getuigd heeft.

Uitgelicht

Sneeuw

“Ken je de voorraadkamers van de sneeuw?” (Job 38: 22)

Dat is een vraag van de Almachtige God aan het adres van de met stomheid geslagen Job. Eén van de vragen uit dat grandioze hoofdstuk dat inzet met de vraag: ‘Waar was jij toen Ik de aarde grondvestte?’ Want wij hebben talloze vragen aan de HERE (die we vooral ook mogen stellen!), als we maar beseffen dat Hij ook veel vragen heeft aan ons…

Hoe dan ook, één van die vragen gaat dus in op het wonderlijke verschijnsel van sneeuw.  Natuurlijk valt sneeuw weerkundig en natuurkundig prima te verklaren: neerslag in de vorm van ijskristallen. Maar als je het wonder daarin niet meer ziet, ben je een beklagenswaardig mens. De verwijzing naar de voorraadkamers van de sneeuw is eerder dichterlijk dan exact natuurlijk, maar dichterlijke taal kan de waarheid vaak meer op de huid zitten dan wetenschappelijke taal…

Out of the bosom of the Air,
Out of the cloud-folds of her garments shaken,
Over the woodlands brown and bare,
Over the harvest-fields forsaken,
Silent, and soft, and slow
Descends the snow.

(Longfellow)
Sneeuw bedekt Goeree-Overflakkee
Goeree in wintersferen

De sneeuw van februari 2021 zorgde voor een soort speelkwartier midden in coronatijd. Het viel op hoe kinderlijk blij de meeste mensen ermee waren: half Nederland haalde glunderend sleeën en schaatsen weer eens van zolder. Iedereen knapte er zienderogen van op: eindelijk eens wat anders dan lockdown en avondklok… Dat hadden we even nodig. Met sneeuw en op ijs werden heel wat corona-regels overtreden, maar dat was ook wel een keer goed, geloof ik. De boog kan niet altijd gespannen blijven. De ambtenaar die nog even bedacht dat je alleen maar sneeuwballen mocht gooien naar huisgenoten is letterlijk en figuurlijk gauw weggedoken.

Een vers pak sneeuw ontroert me altijd weer. Alles lijkt even nieuw. Je wilt meteen naar buiten toe om door deze nieuwe wereld te lopen. Saaie wegen, kale akkers, bladerloze bomen – in één nacht zijn ze omgetoverd tot een witte droomwereld. Vind ik dan… En ik weet heus wel dat in andere delen van de wereld sneeuw een koude moordenaar kan zijn. (Daarom steekt moeder haar gezin bij sneeuwval ook warm in de kleren, juicht Spreuken 31: 21, niet heel genderneutraal 😊) Maar toch! Op het Journaal zag ik een klein meisje helemaal verrukt zeggen dat de witte wereld net een droom leek. Wordt als de kinderen, zegt onze Heer.

Het Bijbelwoord hierboven uit Job geeft al aan dat sneeuw helemaal niet onbekend is in Israël. Er zijn tegenwoordig skioorden op de hellingen van de Hermon. In Psalm 148 wordt de sneeuw zelfs opgeroepen om de HERE te loven, met alle natuur, dieren en mensen! Vaak staat in de Schrift sneeuw overigens voor een verblindend soort wit, zoals wij dat die paar zonovergoten ijsdagen ook konden zien. ‘Al waren uw zonden rood als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw’, zo luidt een belofte van de HERE in Jesaja 1. Sneeuw wordt dan ergens een soort sacrament van de vergeving. Engelen, meer nog: ook onze Opgestane Heer Zelf (Openb. 1) – hun verschijning heet wit als sneeuw. Wit staat hier voor zuiverheid en reinheid. Psalm 51 zingt daarvan: ‘Reinig mij, HERE, dan zal ik sneeuwwit voor uw ogen staan.’

En her en der in de Schrift kan vergeving ook omschreven worden als bedekking van de zonden (Ps. 32 / Rom. 4)! Als bij een vers pak sneeuw worden alle dingen – mooi en lelijk, goed en kwaad, gelukkig en verdrietig – bedekt met een mantel van liefde, vanuit de voorraadkamers van onze Heer.

Ja, het is maar neerslag, ik weet het. Bij dooi gaat het blubber en zooi geven en al het oude komt weer tevoorschijn. Maar bewaar de ontroering van kinderogen en onthoud het visioen van Gods vergeving!

Uitgelicht

“Wee u, land, als uw koning een kind is…” (Prediker 10: 16a)

Afbeeldingsresultaten voor stars and stripes

Deze Bijbeltekst schoot me de afgelopen vier jaar – en de afgelopen weken – voortdurend te binnen als ik tamelijk verbijsterd zat te kijken en te luisteren naar de president van de Verenigde Staten. Ik kon maar niet begrijpen waarom de grootste democratie (?) van het Westen in meerderheid (?) een megalomane fantast, leugenaar en stokebrand tot leider had gekozen. De twee vraagtekens geven aan waarom het democratisch bestel van de V.S. zo onder druk staat: je kunt alleen maar gekozen worden als je ontzettend veel geld hebt. En je kunt gekozen worden met een minderheid van de stemmen: Trump had in 2016 2 miljoen minder stemmen dan zijn tegenstander. Democratie is een fragiel begrip, zoals Churchill ooit al mooi verwoordde.

“Indeed, it has been said that democracy is the worst form of government except all those other forms that have been tried from time to time.”

(Winston Churchill)
Bird Button Logo Social Social Media Tweet Twitter Icon, Bird Icon - Twitter  Symbol PNG – Stunning free transparent png clipart images free download

Een president die voornamelijk regeert door het voortdurend verzenden van tweets, waarin hij mensen uitschold en bevolkingsgroepen tegen elkaar opzette, is goed nieuws voor Rusland, China en Noord-Korea, maar slecht nieuws voor de Westerse wereld. Dus was het een lichtpunt in dat moeilijke jaar 2020 dat Trump in november niet herkozen werd. Natuurlijk zal Donald Trump nooit erkennen dat hij de verkiezingen verloren heeft, al had Biden 6 miljoen (!) stemmen meer. Hij is nl. geen loser en kan dus in principe niet verliezen. Hij blijft maar vasthouden aan zijn eigen werkelijkheid, trouw aan het principe ‘dat elke leugen vanzelf een soort waarheid wordt als je ‘m maar consequent volhoudt’. Waartoe dat leidt hebben we de laatste weken kunnen zien. Wat is democratie eigenlijk nog waard als manipulatie door talloze media mensen dingen laat geloven die evident onwaar zijn? Democratie bestaat bij de gratie van een open debat met op de achtergrond een aantal gezamenlijke overtuigingen. Wat als die gezamenlijkheid uiteenvalt? Dat is echt wel een probleem van deze tijd. ‘Things fall apart, the centre cannot hold’, zei ooit een bezorgde dichter (Yeats) over de moderne tijd. Profetische woorden. Waar is een bezield verband, dat alles bij elkaar houdt?

Intussen gaat het niet aan om de 74 miljoen (!) Amerikanen die wel op Trump gestemd hebben – meer dan het aantal mensen dat ooit op bv. Obama gestemd heeft! – weg te zetten als een achtergebleven, conservatieve minderheid. Veel van die mensen hadden moeite met de persoon Trump, maar herkenden zich blijkbaar in ideeën van de president Trump. Blijkbaar ervaren veel gewone Amerikanen weerstand tegen snelle veranderingen in de maatschappij en hebben een zo groot wantrouwen tegen de regerende ‘elite’, dat ze veel rare fratsen van een outsider als Trump voor lief nemen en op hem stemmen.

Dat is een verschijnsel dat natuurlijk niet beperkt blijft tot Amerika. Blijkbaar voelen veel mensen zich niet gezien door de politiek. Men zoekt naar iemand die hen wèl ziet staan en hen serieus neemt. Ook in ons land zie je bij verkiezingen steeds meer protest-stemmers. Mensen die zich klemgezet en bedreigd voelen door ontwikkelingen, waar ze zelf weinig grip op hebben. Groningers in bevingsgebieden die met scheuren in hun huis de prijs betalen voor Nederlands welvaart. Mensen met een gewoon inkomen die geen huis meer kunnen kopen, terwijl huurhuizen schaarser worden. Boeren die moeten rondkomen van hun bedrijf en worden weggezet als klimaatvervuilers. Dat roept boosheid en wantrouwen op. Men gaat stemmen op radicale politici die beloven het totaal anders te gaan doen dan ‘de machthebbers’. Maar net als in de VS valt de uitkomst dan vaak zwaar tegen: Trump is vooral bezig met zichzelf. En onze mini-Trumps als Baudet, Wilders en Krol blijken vooral met zichzelf bezig te zijn en niet met het belang van de mensen die ze zeggen te vertegenwoordigen… Wee het land waar de koning een kind is, zei Prediker ooit al somber.

Ik ben niet blij met de nieuwe president Biden omdat hij een Democraat is: geen idee waar ik in zo’n 2-partijenstelsel op zou moeten stemmen! (Gelukkig hebben wij in ons systeem, hoe versplinterd ook, meer keuze straks in maart.) Ik vertrouw, hoop, bid alleen maar dat hij elementair fatsoen weer in ere herstelt en probeert een verdeeld volk weer te verbinden. Dat zou al heel wat zijn! En die taak is al zwaar genoeg, zeker voor een 78-jarige. En eigenlijk is dat wat democratieën hard nodig hebben, aan gene en deze kant van de oceaan: volksvertegenwoordigers met een dienend karakter, die omzien naar de kleinen en de kwetsbaren en zichzelf niet uitvergroten. Het profiel van de koning in Psalm 72 is altijd actueel!

Hij zal de redder zijn der armen,
hij hoort hun hulpgeschrei.
Hij is met koninklijk erbarmen
hun eenzaamheid nabij.
Hij helpt, met hun bestaan bewon,
die zijn in vrees verward.
Hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
Hij draagt hen in zijn hart.

Uitgelicht

Black Friday?

De afgelopen dagen bleken de winkelcentra van onze steden overspoeld te worden door koopjesjagers, die bepaald geen anderhalve meter afstand hielden. Het was namelijk Black Friday. Overigens is dat een vrijdag, die bijna een week duurt… Vroeger noemden we zoiets de uitverkoop, maar tegenwoordig moet dat dus Black Friday heten. De kranten en het internet staan al weken vol met zwartgetinte advertenties, die ons enorme meevallers beloven. Je zou wel gek zijn als je deze kans liet lopen! Als een kudde lemmingen draven we dus naar de Koopgoot en aanverwante plaatsen. Op jacht naar kortingen!

Black Friday 2020 in Nederland - Hét N°1 Black Friday web overzicht

Waar ik me mateloos aan erger is de vanzelfsprekendheid waarmee we ons in Nederland dit soort uitzinnige Amerikaanse fenomenen laten opdringen. In de Verenigde Staten viert men nl. Thanksgiving (onze bijna vergeten Dankdag): dat is op een donderdag – een nationale vrije dag. De dag erna is men meestal ook vrij en gaan de winkels weer open. Vandaar. Uitverkoop op vrijdag. Dat Amerikanen daar vervolgens een hype van maken, waarin op hol geslagen consumenten winkels bestormen, is nogal vreemd – maar zo zitten ze blijkbaar in elkaar. (Al verbaast het me dat er in deze hypercorrecte tijden nog geen bezwaren zijn geuit tegen de term Black Friday…)

Maar wij vieren geen Thanksgiving. Waarom zouden we dan in vredesnaam massaal moeten gaan inzetten op een losse koopvrijdag in november? Dat doen we dus om Amerikanen na te apen. We laten ons willoos strikken in hun commerciële netten. Erger nog eigenlijk: wij gaan los op koopjes zonder enige verbinding met een Dankdag

Helaas is dit niet het enige voorbeeld van Amerikanisering van onze cultuur. Voorbeelden te over. Is het niet ontzettend triest als kinderen op Halloween aan de deuren langs komen voor snoep? Wij hebben toch Sint Maarten op 11 november? Om nog maar te zwijgen van al die horrorfilms rond Allerheiligen.

De nieuwe huisstijl van McDonalds explained | LogoLove®

En dan heb ik het nog niet eens gehad over die zwakzinnige ‘Kerstman’ die onze decembermaand onveilig komt maken. Wij hebben toch Sint Nicolaas? Onze goede Sint is ooit in de VS omgebouwd tot deze verschrikkelijke Santaclaus. Dat is triest, maar dat moeten ze zelf maar weten. Maar waarom moeten wij deze engerd importeren? Sommige Nederlanders zijn zo van het padje dat ze in december dus twee keer op cadeau-jacht gaan. Ik zou zeggen: hou vooral vast aan onze Sint en laat de Marechaussee die andere nepfiguur zo gauw mogelijk als ongewenste vreemdeling uitzetten. En zo is er veel meer. Amerikaans taalgebruik in liedjes en reclames, Amerikaanse krachttermen, peperdure Amerikaanse koffie bij Starbucks, de suggestie dat het Amerikaanse MacDonalds een gezellige plek is voor onze kinderen. Politici gedragen zich als boze kleuters, die niet tegen hun verlies kunnen (van Trump tot Baudet). Enz. enz. Het geeft allemaal hoe groot de invloed van media en commercie is.

Black Friday.

Kruis (christendom) - Wikipedia

Vroeger kenden we vooral de Goede Vrijdag. Soms vrees ik dat deze tegenstelling op een of andere manier kenmerkend is voor onze cultuur. Het Evangelie dat we door de liefde van Christus gekocht en betaald zijn wordt verdrongen door een koortsige manie van voordelig kopen en betalen. Één van mijn helden – Leonard Cohen – zingt in zijn lied Steer Away de nogal verontrustende woorden: ‘As He died to make men holy, let us die to make things cheap’… Vrij vertaald: ‘Terwijl Hij stierf om de mensen heilig te maken, sterven wij van verlangen naar koopjes, willen we alles goedkoop maken’. Cohen bedoelt dat overigens niet cynisch, maar vooral tragisch, geloof ik. We willen het eigenlijk niet, maar gaan er toch in mee. De kerk is één van de laatste plekken in onze cultuur waar nog het woord eerbied klinkt. Het leven is nu eenmaal niet goedkoop. Het Christelijk geloof zal steeds meer tegencultuur moeten worden.

Uitgelicht

Bloggen onder de vuurtoren…

Het wereldwijde internet wemelt van miljoenen blogs… Waarom zou ik er dan één aan toevoegen? Zit de wereld daarop te wachten? Nee, natuurlijk niet. Maar de verhuizing naar Goeree en starten als predikant in Ouddorp en Stellendam leek me een goed moment om er eens mee te beginnen. Nu of nooit! Gewoon omdat ik het leuk vind. En ook omdat ik in de Profielschets voor de gezochte predikant onder (heel veel) andere dingen ook las dat de beoogde dominee op de hoogte was van de social media. Dus in die zin zal ik wel moeten…

Nu is Facebook echt niets voor mij met al dat min of meer verplichte liken. En Twitter lijkt vaak echt het afvoergootje van de maatschappij, met allerlei geraas en getier. Op Instagram en TikTok hebben mensen van mijn leeftijd niets te zoeken. Dus! Een blog. Voor mensen die nog minder media-wise zijn dan ik: blog komt van weblog, ofwel een soort dagboek op het internet. Ik ben van plan om gewoon wat te schrijven over de dingen die me als predikant bezighouden. Gedachten over christelijk geloof, maar ook dingen die me raken in de cultuur en in de wereld: boeken, films, muziek. En ik vertel wat over mezelf. Zo kunnen gemeenteleden en dorpsgenoten me weer op een andere manier leren kennen. Van een veilige afstand, maar je kunt ook reageren!

Waarom Onder de vuurtoren? Eenvoudig: ik ben predikant van al de Gereformeerde Kerken op Goeree (dat zijn er twee, hoor). En ik zocht voor de intrededienst en ook voor dit blog een verbindend element. Ik dacht meteen aan de vuurtoren Westhoofd. Als wij vroeger een paar dagen op Goeree waren en je zag ’s avonds de banen licht over het Eiland vegen, dan waren we ergens thuis. Vroeger was natuurlijk de toren van Goedereede die vuurtoren: baken in nacht en ontij. Als vanzelf kwam ik bij onze Heer Jezus Christus, het Licht der wereld. Wel mooi dat vroeger de kerktoren ook vúúrtoren was! Dus schrijf ik mijn overpeinzingen onder de vuurtoren, maar dus vanuit het geloof in Jezus Christus, in Wie ‘Gods licht schijnt in de duisternis’ (Joh. 1). Waar zouden we zijn zonder licht?!

Ik zal proberen regelmatig iets op dit blog te zetten. Losse gedachten, een recensie of een verhaal dat ik kwijt wil. U hoeft het niet te lezen, maar er moet natuurlijk wel iets te lezen zijn… De vormgeving van dit blog heb ik helemaal te danken aan mijn lieve en begaafde dochter Gerjanne, die duizend keer media-wiser is dan ik. Ze is de deur al uit, maar gelukkig altijd bereid haar onhandige vader online uit de brand te helpen. Wilt U alvast nog meer persoonlijks van me weten? Probeer dan deze link!

C.W. Hoek.

Leve de republiek??

Loof de Koning, heel mijn wezen – dat is een prachtig lied, dat ik graag mag zingen. Voor alle duidelijkheid: dat lied zing ik dan natuurlijk voor onze HERE en Heiland en niet voor Z.M. Koning Willem-Alexander… Aardse koningen hebben we in ere te houden, maar ze hebben altijd afgeleid gezag. Ze mogen koning heten bij de gratie Gods. Uiteindelijk is er maar één Koning. Zie bv. Psalm 2! Dat is een klassieke kritische ondertoon in het Christelijk Geloof.

Koningen in de Bijbel

Presidenten enz. zul je in de Bijbel niet tegen komen… Dat is immers iets van de laatste eeuwen. Koningen des te meer! Daar moeten we trouwens niet altijd een te groot beeld van hebben: al die stadjes in Kanaän waar Israël mee te maken had hadden elk hun eigen koning – terwijl ze vaak niet meer dan een paar honderd inwoners hadden… Wij zouden dan eerder van een soort burgemeester spreken, zij het dat deze ‘koningen’ vaak ook legeraanvoerder waren. En natuurlijk hadden daarom de koningen van sterke landen als vanzelf een enorme macht. Zozeer dat de Bijbel in dat verband zelfs over goden kan spreken.

Israël was lang een vreemde eend in de bijt van het nabije Oosten: men had geen koning, omdat immers de HERE Koning was. In de praktijk traden er een soort part-time koningen op, die wij kennen als richteren of rechters. Intussen wil het volk dolgraag een koning, net als alle andere volken… De profeet Samuël verzet zich met hand en tand tegen deze wereldse wens (I Samuël 8). Ook de zgn. Koningswet in Deuteronomium 17 is ontzettend kritisch op het fenomeen koning… Hoewel er in Juda dan een erfelijk koningschap ontstaat via de lijn van David, zal het noordelijk rijk van Israël blijven vasthouden aan meer charismatisch koningschap. Maar voor beiden blijft gelden: De HERE is Koning (Ps. 93)!

Tegenwoordig zijn er heel wat meer presidenten dan koningen, maar dan nog zijn veel presidenten omringd met een koninklijke, dan wel keizerlijke entourage en gedragen ze zich ook zo: Poetin, Erdogan, Trump, Xi Jinping, Macron enz. Een republiek kan dan wel heel iets anders zijn dan een monarchie, maar in de praktijk lijkt het niet zoveel uit te maken.

Monarchie of republiek?

Christenen zou het niet zoveel uit moeten maken onder wat voor regeringsvorm we leven. Uiteraard zijn we gebaat bij vrijheid en recht, maar of we nou met keizers, koningen, vorsten, heersers, presidenten, premiers enz. te maken hebben maakt principieel geen verschil. De HERE is Koning!

Maar natuurlijk ben ik ook Nederlander. Wij hebben een koning uit het Huis van Oranje. Ben ik daarom een monarchist? Nee hoor, de eerste eeuwen was ons land een republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Sterker nog, hoewel we nog steeds zingen dat we de Koning van Hispanje altijd hebben geëerd, heeft ons land in 1581 feitelijk de monarchie afgezworen. Dat was indertijd een schokkende stap!

Willem van Oranje - Wikipedia

Maar vanuit de Reformatie, de Opstand, de Tachtigjarige Oorlog, kortom: het ontstaan van ons land, is er altijd wel die verbondenheid geweest met het Huis van Oranje. Geen Nederlandse natie zonder Willem van Oranje (zie hiernaast). Dat wil ik graag zo houden! Dat de Oranjes zijn opgewaardeerd tot koning hebben we feitelijk aan buitenlanders te danken (wijten?): Napoleon en zijn geallieerde vijanden. Van mij mag Willem-Alexander ook best Stadhouder heten, maar gezien de laatste 2 eeuwen houden we het maar op Koning. Ik ben dus geen monarchist, maar wel Orangist. Maar dat is historisch geworteld en komt niet voort uit mijn geloof. Er is maar één Koning!

Al dit soort gedachten zet ik op een rij omdat ik onze Koning – geflankeerd door zijn niet blij kijkende echtgenote – op tv spijt zag betuigen voor zijn ongelukkig geplande vacantie naar Griekenland. Dat soort fouten maken we in corona-tijd aan de lopende band: wat kan wel en wat kan niet? Maar gezagsdragers liggen natuurlijk onder een vergrootglas: minister Grapperhaus kan daar over meepraten. Ook de Majesteit had beter niet kunnen gaan, hoewel ik me goed kan voorstellen dat zijn meiden in hun herfstvacantie zin hadden om lekker in de zon te zitten, nota bene in hun eigen huis.

Dat er vervolgens in Nederland een enorm chagrijn ontstaat aan oprispingen op social media en in boze ingezonden brieven is te verwachten: dat is grotendeels de gebruikelijke kinnesinne. Dat hoor je overigens elk jaar als de begroting van het Koninklijk Huis orde komt… ‘Dat woont maar in paleizen van onze belastingcenten’, zo mekkert de kleinzielige Nederlander. Ze mogen het zelf niet zeggen, maar ik kan me voorstellen dat de Oranjes daar soms schoon genoeg van hebben.

… maar alsjeblieft geen republiek!

Je hebt echter ook telkens weer het gebruikelijke gezeur van zgn. hoogopgeleide mensen, dat we de monarchie hoognodig moeten vervangen door een republiek met een gekozen staatshoofd. Dat zou meer van deze tijd zijn. Alsof een president geen ambtswoningen met bijbehorend inkomen zou hebben. Alsof die niet beveiligd moet worden. Sterker nog: alsof die presidenten niet met pensioen gaan met enorm wachtgeld en levenslange beveiliging. Erger nog: alsof niet de meest vreselijke mensen tot president zouden kunnen worden gekozen! Kijk om je heen in deze wereld. Nederlanders zijn in staat om onnozele Bekende Nederlanders tot president te kiezen, vrees ik. Of iemand van D’66. Laten we maar blij zijn dat de Oranjes nog steeds niet weglopen voor hun verantwoordelijkheid. En laten we daarin vooral de geschiedenis van ons land in ere houden. Het is niet voor niets dat het Wilhelmus ons volkslied is.

Ik zat met gemengde gevoelens te kijken naar de spijtbetuiging van koning Willem-Alexander. Volgens mij komt dat voort uit het verlangen om een soort monarchie van het volk te zijn. Dat moet je volgens mij niet willen. Het is vast mijn leeftijd, maar ik heb een grote voorkeur voor de meer afstandelijke stijl van koningin Beatrix. Zie ook de manier waarop koningin Elisabeth van Groot-Brittannië het al zo lang doet. Je draagt een hoog ambt en dat moet je gewetensvol doen. Maar je hoeft geen populariteitspolls te winnen. Alsjeblieft niet.

Zolang we het Wilhelmus blijven zingen als volkslied houden we het maar op de Oranjes. En op de huidige monarchie. Als zij en wij dan ook maar vers 6 blijven zingen, over ‘mijn God en HEER’ – de Koning.

DISCRIMINATIE

Dit woord betekent zoveel als verschil maken. Daar is op zich natuurlijk niet veel mis mee: wij maken voortdurend onderscheid, verschil. Het probleem ontstaat daar waar je aan die verschillen grote vooroordelen ophangt. Dan gaat het meestal over huidskleur, afkomst, geslacht, geaardheid, maatschappelijke status enz. Vandaar dat het woord discriminatie als vanzelf een negatieve klank heeft gekregen:

dis·cri·mi·na·tie (de; v)

1ongeoorloofd onderscheid dat gemaakt wordt op grond van bepaalde, m.n. aangeboren kenmerken zoals ras, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid (VanDale woordenboek)

Deze weken lees ik regelmatig in de Brief van Jakobus. Bij hem (maar vooral bij Paulus!) vinden we natuurlijk niet de moderne term disciminatie, maar het (schitterende) woord prosoopo-lèmphia, meestal vertaald met aanzien des persoons, een manier van zeggen die weer rechtstreeks uit het Oude Testament komt (Deut. 1: 17). Een vrije vertaling zou ogendienarij kunnen zijn, maar de bedoeling is natuurlijk partijdigheid op onjuiste gronden. Bij God is geen aanzien des persoons, zegt Paulus herhaaldelijk. Jakobus past het scherp toe: Het geloof in Jezus Christus is daarmee niet te verenigen (Jak. 2: 1).

In de Bijbel gaat het dan doorgaans over het achterstellen van de armen en geringen en het naar de ogen kijken van belangrijke en rijke mensen. Daar wordt fel tegen geprotesteerd, dus het zal veel voorgekomen zijn… Ook bekend in de Schrift is de discriminatie van melaatsen en Samaritanen, waartegen onze Heer Jezus Christus zich scherp verzet. Paulus trekt die laatste lijn nog eens scherp door en verzet zich hevig tegen de gedachte dat het feit dat je Joods bent jou beter zou maken dan de ‘heidenen’ (Rom. 1-3).

Sinds dit jaar zijn er weer hevige betogingen tegen en discussies over racisme, ofwel de waangedachte als zou een afkomst of huidskleur mensen meer of minder waard maken. Opmerkelijk genoeg kom je dat soort ideeën in de Oudheid niet veel tegen. Het woord ras komt niet eens in de Bijbel voor. Het Bijbelse scheppingsverhaal zet juist zeer nadrukkelijk in op de eenheid van het menselijk geslacht: alle mensen zijn geschapen naar Gods beeld. En álle mensen zijn zondaren en hebben vergeving nodig. En álle mensen zijn breekbaar en hebben heling nodig. Het Evangelie benadrukt dat Jezus Christus komt en Zichzelf als offer weggeeft voor álle mensen. Kortom, wie zou beweren dat sommige mensen op grond van hun huidskleur minder waard zijn, keert zich tegen de kern van het Evangelie en pleegt de ultieme Godslastering. Racisme is volkomen vreemd aan de Bijbel en het Christelijk geloof.

“HEER, U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.” – Openbaring 5: 9

Die term ras werd pas een hype in moderne tijden, toen het eenvoudige geloof in Schepper en schepping niet meer voldoende was: men ging ‘wetenschappelijk‘ over de oorsprong van de mens nadenken en zó de verschillen tussen mensen en volken benadrukken. Toen daar ook nog de gedachte van evolutie overheen kwam, was het hek van de dam: men ging ijverig rubriceren in ‘hogere en lagere vormen van mens-zijn’, met uiteindelijk de afschuwelijke racistische levensbeschouwing van het Nazisme als totaal dieptepunt. Gelukkig is de wetenschap (die dus nooit waardenvrij is!) weer veranderd: tegenwoordig heeft de genetica wel aangetoond dat alle mensen voor ruim 99% sprekend op elkaar lijken. Sterker nog: heel de mensheid lijkt teruggevoerd te kunnen worden op één oermoeder uit het grensgebied tussen Afrika en Azië, waarmee we feitelijk weer belanden in Genesis 1 – 3… De Bijbel is zo gek nog niet! Intussen weet ook de Bijbel heel goed dat er verschillen zijn tussen mensen! Men weet dat een Nubiër / Ethiopiër een zwarte huid heeft (Jer. 13: 23). Het mooie meisje uit het Hooglied is donker van huid (Hooglied 1: 5). Mozes was later getrouwd met een Nubische / Ethiopische (Num. 12: 1) – overigens tot chagrijn van zijn familie. En een goede kans dat Adam en Eva (hoe we hen ook moeten denken) tamelijk donker waren! Een lichte huid wijst tenslotte op pigmentverlies.

Intussen waren de mensen vroeger niet heiliger dan tegenwoordig: er waren vooroordelen genoeg. Misschien niet zozeer op grond van ‘ras’ of huidskleur, maar meer tegen vreemdelingen, onbeschaafde barbaren en lagere klassen in het algemeen… Trouwens, ik denk dat ook vandaag de dag racisme vaak op alle mogelijke manieren verstrengeld is met xenofobie, klassenverschillen, sociale verhoudingen, groepsangst enz. – het zou veel te simpel zijn om dat allemaal op huidskleur kort te sluiten. Het zit dieper dan dat. Vooroordelen zitten als vanzelf in ons mensen en daarom kunnen we anderen zomaar zwaar beschadigen, persoonlijk of groepsgewijs. Het is goed om je daarvan bewust te zijn.

De huidige discussies over racisme zijn nogal fel en ongemakkelijk. Maar het is goed als mensen c.q. jongeren zich boos maken over onrecht: laten er alsjeblieft jongeren blijven die dromen van een betere wereld! Het is een ramp als jongeren niet meer dromen. En het kan natuurlijk nooit kwaad om in de spiegel te kijken, ook al zou dat ongemakkelijk zijn. Als mij gevraagd wordt of ik een racist ben zal ik dat verontwaardigd en met kracht ontkennen: zo’n ideologie is volkomen vreemd aan wie ik ben en aan wat ik geloof. Maar ben ik daarmee vrij van vooroordelen? Dat denk ik niet. Anderen kunnen je daarop wijzen en dat stemt dan weer tot nadenken. Want laat dan racisme volkomen vreemd zijn aan de Bijbel en het Christelijk geloof, maar daarom kun je het onder Christenen en in de kerk natuurlijk nog wel tegenkomen. Christenen zijn nu eenmaal niet een beter soort mensen… We hebben nu ook wel door dat de Zending eeuwenlang als vanzelf gekoppeld is geweest aan een Europees superioriteitsbesef: dat heeft de Kerk veel schade berokkend en dat werkt nog steeds door. Overigens maakt dat ook duidelijk dat de onstuimige groei van de Kerk in Afrika en Azië een Pinksterwonder is! De HERE kan gelukkig met kromme stokken rechte slagen slaan.

Intussen laten vooroordelen zich meestal pas genezen door liefde en niet door nieuwe vooroordelen. Zo wordt ons vanuit het Engels aangepraat dat alleen termen als zwart en wit correct zijn. Daar voel ik me juist ongemakkelijk bij: donker en blank geeft wat mij betreft veel beter weer dat er talloze variaties zijn in huidskleur. Ook in de omgang tussen mensen zien we immers vaak dat vooroordelen wegvallen in een echte ontmoeting? Dat zou een van de sterke kanten van de gemeente moeten zijn: dat daarin allemaal verschillende mensen elkaar ontmoeten. Met zijn stevige woorden doet Jakobus juist daar een beroep op: “Broeders en zusters, het geloof in Jezus Christus, onze glorierijke Heer, staat niet toe dat u mensen op hun uiterlijk beoordeelt” (2: 1 NBV). Jezus Christus is Heer van totaal verschillende mensen: dat is Zijn heerlijkheid.

Duffel?

Postcard Midwolda Groningen Niederlande, Geref Kerk en Pastorie
Pastorie (met de oude Geref. Kerk)

Sinds kort woon ik aan de Duffelweg. Weer een nieuw adres. Mijn gedachten gaan terug naar een hele reeks adressen en pastorieën. Zo woonde ik in Midwolda aan de Hoofdweg, voor de kerk. Dat is natuurlijk een schitterend adres. Iedereen weet meteen dat dat de belangrijkste doorgaande weg in het dorp is. (Al kwamen soms mensen bij me aan de deur die eigenlijk aan de Hoofdstraat in Midwolde moesten wezen: ook in Groningen, maar dan ruim 50 kilometer verderop…)

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is image.png

In Wijnjewoude belandden op een rustige plek aan de Master Geertswei, achter de kerk. Meester Geerts was – de naam zegt het al – onderwijzer in Duurswoude (= de oude naam), maar er is een straat naar hem vernoemd omdat hij dapper actief was in het verzet, gedurende de oorlog.

image

Vervolgens gingen we naar het meest chique adres dat we ooit hebben gehad, nl. Het Singel in Zwartsluis, links van de kerk. Dat was een voorname buurt, zo tussen de huisarts en de schitterende Singelse Kerk in. Hiernaast kun je pastorie bescheiden naast de Gereformeerde Slúziger kathedraal zien liggen… De naam Singel herinnert aan vroeger tijden, toen de veste Zwartsluis, aan het Zwartewater en het Meppeler Diep, aan de landzijde omgeven was door een fraaie beboomde singel. Helaas is de singel ten prooi gevallen aan dorpsvernieuwing en gedempt: nu ligt er een drukke rondweg op. Vroeger was er een bruggetje over Het Singel, naar kerk en pastorie.

In Lutten woonden we daarna aan de Anerweg Noord, rechts van de kerk. De goede verstaander begrijpt het al: dat is de weg naar Ane, waar in AD 1227 Drentse boeren het ridderleger van de bisschop van Utrecht vernietigend wisten te verslaan. Dat zal ze leren, die bisschoppen! Tegenover ons lag dan de Anerweg Zuid. Waarom die dubbele naam? Omdat – alweer vroeger – tussen die twee wegen in de Dedemsvaart liep, ook alweer gedempt en vervangen door een provinciale racebaan. Alweer geen bruggetjes meer naar kerk en pastorie…

Omdat we inmiddels aan alle kanten van de kerk hadden gewoond, kwamen we in Bunschoten terecht in de nieuwbouw, nl. aan de Kiekendief.Dat is een fraaie roofvogel, die zich ook wel op kuikentjes stort. Vandaar! De hele buurt was qua straatnamen vernoemd naar roofvogels.

En nu dus aan de Duffelweg, ook in de nieuwbouw. Wat is een duffel? Want ik steek zo in elkaar dat ik dat wil weten. Mogelijk is de straat vernoemd naar de Ouddorper Jan Machielzn Duffel, die in de middeleeuwen het haring kaken uitvond. Iedereen denkt dat de Zeeuws-Vlaming Willem Beukelszn de uitvinder was, maar dat is natuurlijk fake-nieuws – het was een Ouddorper! Duffel is echter ook een zware stof, die geweven werd in de gelijknamige stad bij Antwerpen. Daar werden zware, waterdichte jassen van gemaakt, die gedragen werden door zeelui en door loodsen. In het zeeluibargoens is Duffel dan ook een naam geworden voor een loods. En dat is dan weer een prachtig adres voor een predikant, die ook nog onder de vuurtoren is komen wonen.

‘Loof de HERE, mijn ziel’ – Psalm 103

Het zijn deze woorden die centraal stonden in de laatste dienst waarin ik als eigen predikant mocht voorgaan in de Zuiderkerk te Bunschoten – Spakenburg. Op drempelmomenten in je leven kun je – is mijn ervaring – altijd terugvallen op de Psalmen.

Psalm 103 zit al een leven lang dicht op mijn huid. Thuis was het al een lied waarmee alle bijzondere dagen, ook de verdrietige, gemarkeerd werden. En als predikant lees ik woorden uit deze Psalm al 33 jaar op alle Avondmaalszondagen. De woorden zitten in je hart gekerfd. Loof de HERE, mijn ziel, en al wat in mij is, Zijn heilige naam. De Psalm begint en eindigt met de lofzang. Maar het is geen vrome vlucht! Want tussen die lofzangen in horen we heel het leven: wat niet goed gaat, ziekte, graf, onrecht, schuld, breekbaarheid, vergankelijkheid – noem maar op. Maar de Psalm houdt in al die dingen kinderlijk vast dat de goedheid en trouw van de HERE tegen dat alles opwegen, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Dat gaat niet altijd vanzelf, zo weten wij allemaal. Vandaar dat in deze Psalm de dichter zichzelf aanspreekt en bemoedigt om te blijven loven: loof de HERE, mijn ziel. Vind ik mooi!

Ziel is een wonderlijk woord. De Bijbel kan het ook rustig door elkaar heen gebruiken met bv. hart en geest. En je moet het ook zeker niet tegenover ons lichaam zetten als in een soort tegenstelling! Die fout is eeuwenlang gemaakt. Het hoort allemaal bij elkaar en is met elkaar verbonden: ‘Mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus’, zegt Paulus in I Thess. 5: 23. Wij mensen zijn stof, zingt Psalm 103, maar Gods genade en goedheid maken ons juist zo tot een levende ziel (Gen. 2: 7). Ziel blijft daarom een mooi -zij het wat raadselachtig- woord om aan te duiden dat we voor God toch ook weer meer zijn dan stof: we leven ons leven met ‘al wat in ons is’ voor Gods aangezicht. En omdat Hij er is in Christus, mag léven lóven zijn en worden.

Psalm 103 vers 3 en 7

Dat je een ziel hebt, sterker nog: een ziel bent, maakt ook dat wij over onszelf kunnen nadenken. Hoe sta ik ervoor? In relatie tot mijzelf, tot de ander, tot God? Een goede vraag, waar je natuurlijk een heel leven voor nodig hebt. Vergeet intussen de lofzang niet!

Ik werd getriggerd door een gedicht van Wislawa Szymborska: Enige woorden over de ziel.

Een ziel heb je nu en dan.
Niemand heeft haar ononderbroken
en voor altijd.

Dagen en dagen,
jaren en jaren
kunnen zonder haar voorbij gaan.

Soms verwijlt ze alleen in het vuur
en de vrees van de kinderjaren
wat langer bij ons.
Soms alleen in de verbazing
dat we oud zijn.

Zelden staat ze ons bij
tijdens slopende bezigheden
als meubels verplaatsen
en koffers tillen
of een weg afleggen op knellende schoenen.

Bij het invullen van formulieren
en het hakken van vlees
heeft ze doorgaans vrij.

Aan een op de duizend gesprekken
neemt ze deel,
maar zelfs dat is niet zeker,
want ze zwijgt liever.

Wanneer ons lichaam begint te lijden en lijden,
verlaat ze stilletjes haar post.

Ze is kieskeurig:
ze ziet ons liever niet in de massa,
walgt van onze strijd om maar te winnen
en van ons wapengekletter.

Vreugde en verdriet
zijn voor haar geen twee verschillende gevoelens.
Alleen als die twee zijn verbonden,
is ze bij ons.

We kunnen op haar rekenen
wanneer we nergens zeker van zijn,
maar alles willen weten.

Wat materiële zaken betreft
houdt ze van klokken met een slinger
en van spiegels, die vlijtig hun werk doen,
ook wanneer niemand kijkt.

Ze vertelt niet waar ze vandaan komt
en wanneer ze weer van ons verdwijnt,
maar lijkt zulke vragen beslist te verwachten.

Het ziet er naar uit
dat net als wij haar
zij ons ook
ergens voor nodig heeft.