Laatst werd een Hersteld Hervormde collega uit Ouderkerk a.d. IJssel door zijn Kerk voor zes weken geschorst, omdat hij plagiaat had gepleegd. Ofwel: hij had op de kansel teksten van collega’s in zijn preken gebruikt zonder dat te vermelden… Ik vond dat toch zo’n vreselijk sneu bericht. Inmiddels mag hij weer preken, maar hoe kijken gemeenteleden dan voortaan naar je? Als een soort bedrieger? Wat vinden googelende toekomstige beroepingscommissies?
De HHG te Ouderkerk aan de IJssel is een gemeente met zo’n 1400 zielen… Ik kan mijn gemeenten van ong. 800 zielen al krap aan pastoraal bijhouden. En in dat segment van kerkelijk Nederland moeten predikanten doorgaans altijd 2x per zondag voorgaan / als gastpredikant in vacante gemeenten / doordeweeks in weekdiensten / plus optreden op allerlei vergaderingen en toogdagen enz. En een preek moet zo’n 45 minuten duren. Ga er maar aanstaan! Kerkeraden en gemeenten hebben echt meestal geen idee hoeveel energie en tijd en geloof (en twijfel) gaat zitten in preekvoorbereiding – al helemaal als je zelf eens geestelijk ‘laag tij’ meemaakt. Dan kan het uren kosten voor er een letter op papier / op het scherm staat…
En dan waren – gechargeerd gezegd – gemeenteleden vroeger meer loyaal en trouw dan tegenwoordig. In mijn eerste gemeente Midwolda (toen zo’n 380 leden) zaten indertijd in de morgendienst zo’n 240 mensen in de kerk en ’s middags zo’n 200 of meer. Vonden we toen gewoon, terwijl ik nu besef hoe bijzonder dat was. En als ik mijn preken van toen nog eens doorneem staat het schaamrood me soms op de wangen: ik probeerde veel te veel tegelijk te zeggen. Maar ze waren er gewoon altijd, ‘want het is zondag en dit is onze kerk en onze dominee en hij doet z’n best…’ Ik herinner me nog goed hoe ik soms tegen 14.00 uur nog in blinde paniek aan de middagdienst zat te werken terwijl de eerste kerkgangers alweer aan mijn studeerkamerraam voorbij liepen: je hebt nog een kwartier en dan moet je die kant op. Soms moest je al improviserend van punten preken en bidden dat de mensen dat niet in de gaten hadden. Gewoon omdat het die afgelopen week te druk was.
Vandaag de dag (en zeker sinds corona) is dat allemaal anders: je hoeft het niet met je eigen dominee te doen… Nu kun je namelijk op internet te kust en te keur predikers vinden die een stuk boeiender / diepgaander / vlotter / aansprekender / beter zijn dan jouw plaatselijke exemplaar. Her en der zijn verzamelaars die de top-categorie aan prekers op speciale kanalen zetten… Daar kun je dus nooit tegenop als huis-tuin-en-keukendominee! Misschien kun je gedachten / vondsten / flarden van die kanseltijgers overnemen om de eigen gemeente meer te bereiken en mee te dienen? Helaas hebben kiene gemeenteleden die handig zijn met zoekopdrachten op internet dat zo in de gaten en betrappen ze je op heterdaad. Plagiaat!
Heb ik ooit plagiaat gepleegd? Nou, ik zie bv. dat ik op zondag 8 april 1990 een preekschets van ds. J. Overduin bijna één op één overgenomen heb… Sorry Midwolda! Kwam door tijdnood en omdat Overduin heel wat beter kon preken dan ik en omdat de gemeente dat niet zomaar in de gaten had omdat ze die preekschetsenbundel immers niet thuis in de kast hadden staan. Maar goed: zo’n preekschets was ook bedoeld om er gebruik van te maken. Wat is plagiaat? Als je net predikant bent heb je (hopelijk) de vakkennis om Schriftuitleg om te zetten in een preek. Maar dat is nog geen verkondiging! Je hebt een tiental jaren nodig om daarin een soort eigen stem te vinden. Op die weg heb je voorbeelden nodig die inspireren, die je op gedachten brengen, die je leren om echt te preken. Je leest hen, denkt er over na en je gaat hen – bewust èn onbewust – meenemen naar jouw kansel. Uiteraard de Bijbelcommentaren die je aanspreken. Maar mijn preken zitten ook vol flarden van H.F. Kohlbrugge, K. Dijk, O, Noordmans, J.J. Koopmans, J. Overduin, H. Veldkamp, E.L. Smelik, H. de Jong en F. Buechner. Inmiddels opgenomen in m’n eigen manier van preken, maar ik sta echt helemaal op de schouders van anderen. Zoals elke predikant!
En dat komt nog ouderwets allemaal uit m’n boekenkast. Op het internet echter kun je preken vinden uit heel de wereld, die je eventueel via Google Translate razendsnel vertalen kunt. En daar komt dan nog bij dat je ook ChatGPT en soortgelijke AI-tools kunt inzetten… Feitelijk zijn dat geavanceerde zoekmachines die (zonder zich druk te maken om futiliteiten als auteursrecht o.i.d.) het hele internet leegharken en het resultaat op jouw verzoek kunnen formuleren als een soms verbazend aardige preek. Maar het is nooit jouw eigen stem! Daar is eigen Schriftlezing, uitleg, meditatief overwegen en gebed voor nodig. Toch kan zoiets je heus wel op gedachten brengen die je kunnen helpen, net als die Postilles enz. van vroeger. Is dat plagiaat? Nee, dacht het niet. Kan het natuurlijk wel worden als je vastgelopen bent, een burnt-out hebt, geestelijk aan de grond zit en tóch moet leveren… Maar dan is het tijd voor een goed gesprek met een vertrouwd iemand, een mentor en/of betrouwbare, wijze kerkeraadsleden. Plagiaat kan in die zin ook een hulpvraag zijn…
Ik bedoel maar: kom anno 2026 maar eens elke zondag met een goed, boeiend, aansprekend, ernstig, warm verhaal namens de HEER der Kerk. Dat is een loodzware opgave, vooral tegenwoordig, nu de kerkgangers een zeer gevarieerd publiek vormen. Ik vind preken een stuk moeilijker dan zo’n 40 jaar geleden. Nee, ik heb genoeg ervaring om niet meer in paniek te raken als iets af moet, maar je hebt wel meer existentiële twijfel over wat anno nu de goede toon is. Indertijd in Midwolda kwamen de ouderlingen in een nazit na de middagdienst – gehuld in wolken sigaren- en sigarettenrook – met een nabespreking van de gehouden preken. Wat sprak hen aan, wat minder, waar moet je opletten. Maar altijd positief en betrokken bij ‘hun’ dominee. Dat soort ouderlingen zou je de beginnende predikanten van nu ook gunnen, maar het is eenzamer geworden denk ik. Ik denk met dankbaarheid terug aan die ambtsdragers van toen, doorgaans zonder al te hoge opleiding, maar met veel liefde voor de HERE, voor de kerk, voor de Schrift en voor hun jonge predikant. Hopelijk heeft m’n Hersteld Hervormde collega ze nog in de buurt en houden ze hem met liefde in de gaten.






















