We Take Care of our Own – Bruce Springsteen

Ook The Boss is een van mijn muzikale helden. Jaren geleden was ik met mijn kinderen bij een concert van Bruce Springsteen en dat was een geweldige ervaring.
Springsteen zal in zijn liederen vaak opkomen voor de underdogs in deze harde wereld. Hij doet dat – katholiek als hij is – ook met veel verwijzingen naar de Bijbel.
Het emotionele We take care of our own is haast een soort Kyrie-gebed, een gebed van verootmoediging. Waarom maken we ons alleen maar druk om onszelf? Dat is vragen om een eenzame wereld…


I’ve been knockin’ on the door that holds the throne, zingt Springsteen haast wanhopig. Uiteindelijk wordt het ook een soort smeekgebed:
Where the eyes, the eyes with the will to see?
Where the hearts, that run over with mercy?
Where’s the love that has not forsaken me?
Where’s the spirit that’ll reign, reign over me
?


Maar Bruce Springsteen is altijd hoopvol: tijdens het zingen van dit lied verdrijven kleuren het zwart-wit en breekt letterlijk de zon door.

Leonard Cohen – If It Be Your Will

Al bijna een halve eeuw is Leonard Cohen mijn melancholieke reisgenoot: ik kan eindeloos naar zijn liederen luisteren.

Toen hij in 2016 stierf was dat echt een schok voor mij. Maar hij belooft in één van zijn songs: Ik zal je mijn woorden blijven toefluisteren, ‘long after I’m gone’. En zo is het!

If It Be Your Will is één van mijn favorieten. Het is soort gebed, zegt Cohen zelf. Zijn liederen zitten vol verwijzingen naar de Bijbel en naar Jezus Christus. Levenslang was hij daardoor gefascineerd, zonder overigens een christen te zijn.

Maar ik hoor het op mijn beurt wèl weer Christelijk! Een gebed dat – door mij?! – Gods stem zal klinken. “Let the rivers fill, let the hills rejoice, let your mercy spill (…) And end this night if it be your will.” De breekbare zanger laat dit keer zijn lied zingen door de Webb Sisters – de mooiste uitvoering die ik ken.

Psalm 122 – Mannenzangavond Katwijk

Ik ben dol op de berijmde Psalmen!
Het is geweldig als een gemeente voluit zingt.
Dat kan je soms tot in het diepst van je ziel ontroeren. Dan ben je samen dicht bij God.
Eén van die momenten beleefde ik bij de Mannenzang in Katwijk, toen we massaal Psalm 122 in de Oude Berijming en met bovenstem zongen.
‘Zie, wij staan
gereed om naar Gods huis te gaan;
kom, ga met ons, en doe als wij.’

Miserere mei, Deus – Allegri – Tenebrae

Dit is een geweldige uitvoering van het Miserere Mei van Gregorio Allegri,
door het vocaal ensemble Tenebrae.
Het is een vertolking van Psalm 51: Wees mij genadig, o God.
Het verlangen naar Gods genade en vergeving, die je leven helen en reinigen, wordt hier intens getoonzet. Vooral in de ijle sopraansolo, die rechtstreeks naar Gods troon lijkt op te stijgen.
“Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht
en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.”

De Nieuwe Bijbelvertaling herzien…

Ik ben groot geworden met de Bijbelvertaling uit 1951. Die woorden zitten in mijn hart: ik heb ze tientallen jaren thuis gehoord, op school, in de kerk en zelf gelezen. Vandaar dat ik nogal eens fouten kan maken als ik op de kansel uit bv. de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) lees… Dan duwen mijn hart en mijn geheugen me naar de ‘oude’ vertaling toe.

Maar er zijn ook zondagen dat ik bewust kies voor die ‘oude’ NBG-vertaling. Of dat ik de voorkeur geef aan de Herziene Statenvertaling (HSV) uit 2010.

De reden zal doorgaans zijn dat de NBV dan m.i. teveel afwijkt van de letterlijke grondtekst van de Bijbel. Om te voorkomen dat je in de preek moet gaan zeggen: ‘we hebben zojuist weliswaar dit gelezen, maar eigenlijk staat er wat anders…’ – kies ik dan liever voor een meer letterlijke vertaling zoals de HSV. Als we – om maar een voorbeeld te noemen – het Kerstevangelie lezen, wil ik toch graag vasthouden aan het drievoudig ‘en het geschiedde’ (Lukas 2: 1, 6, 15) dat in de NBV helemaal verdwenen is.

Daar komt bij dat men in de NBV her en der ook de neiging heeft om per se anders te vertalen, terwijl dat helemaal niet noodzakelijk is. Waarom moest de kribbe van onze Heer opeens een voederbak worden? Waarom moest het mooie woord kandelaar nou vervangen worden door dat lelijke lampenstandaard? Hoewel de NBV literair gezien een heldere en goed te lezen vertaling is, vallen dit soort voorbeelden met honderden te noemen.

Bij de introductie van de NBV in 2004 heb ik indertijd – met duizenden anderen – nog bezwaren ingediend bij de General Synode om de NBV niet zomaar als kanselbijbel te accepteren, maar daar kritisch naar te kijken. Dat is vanuit de Kerk ook wel doorgegeven aan het Bijbelgenootschap, die vervolgens beloofde om daar bij een eventuele herziening van de NBV rekening mee te houden. Ik geef toe dat ik nogal sceptisch was over die belofte, maar moet nu eerlijk zeggen aangenaam verrast te zijn nu de eerste wijzigingen publiek worden gemaakt. Hoewel de Herziening pas de komende jaren voltooid zal worden, blijkt dat men nu toch terug zal komen op een aantal ‘pijnpunten’.

Ik noem er een paar:

  • In de eerste plaats, de Herziening van de NBV keert tot mijn grote vreugde weer terug naar de zgn. eerbiedskapitalen voor God en onze Heer. Hij en Hem zal weer met hoofdletters geschreven worden. Ik heb nooit begrepen waarom men in onze huidige ‘platte, oneerbiedige’ cultuur uitgerekend in de eigen Bijbelvertaling koos voor het afschaffen ervan…
  • De Herziening wordt ook aanzienlijk concordanter: als in de tekst hetzelfde woord gebruikt wordt hoort de vertaling dat ook te doen. Niet a.h.w. denken: dat kunnen we wel even afkorten.
  • Daarmee samenhangend wordt de Herziening ook een stuk letterlijker en kruipt dus enigszins naar de HSV toe (al wordt dat in de verantwoording hevig ontkend…). Om bij de eerste bladzijden van de Bijbel te blijven: de vreemde beslissing om in Gen. 2 Adonai Elohiem met God, de HERE te vertalen is terecht weer teruggedraaid naar de HERE God.
  • Ook de neiging tot uitleggerige woordjes die je overal tegenkomt wordt nu weer bedwongen. In bv. Gen. 1: 2: ‘De aarde was nog woest en doods’ verdwijnt het woordje nog, dat dan ook nergens staat.
  • En gelukkig wordt straks ook weer rekening gehouden met wat m.i. een heel principieel punt is, nl. dat wij het Oude en het Nieuwe Testament lezen als het éne Woord van God: de Schriften die van Christus getuigen. De Kerk leest de Bijbel nu eenmaal niet als een oud-Oosters geschrift. Voorbeeld: de NBV vertaalt in Gen 12: 3 ´alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij (= Abram). Tekstueel is dat wel goed mogelijk, maar dan verwijder je totaal van de doorwerking van die tekst in het N.T. in bv. Galaten 3 vgl. Romeinen 4, waar men het O.T. leest met het oog op Jezus Christus. Gelukkig kiest men nu ook weer voor die (ook tekstueel heel goed mogelijke) vertaling: ‘in jou zullen alle volken op aarde gezegend worden’.

Dat maakt nieuwsgierig naar meer. Een brede Herziening zal maken dat de NBV náást een geschikte huisbijbel om te lezen ook meer een geschikte kanselbijbel zal worden.

Voorbeelden van de herziening kunt u hier vinden.

Blik op Oneindig: A Hidden Life (2019)

Het jaar is nog lang niet voorbij, maar voor mij zal de verpletterende filmervaring van 2020 het zien van A Hidden Life zijn: het intense, drie uur durende epos van Terrence Malick, de dromerige regisseur van een andere favoriet van mij, nl. The Tree of Life.

Het enige minpunt van de film is wat mij betreft de grotendeels Engelse voertaal. Dat had natuurlijk Duits moeten zijn: de film speelt in een Oostenrijks bergdorp, dan al ingelijfd bij Nazi-Duitsland.

Maar goed, dat Engels maakt wel duidelijk waarom Malick zijn film A Hidden Life heeft willen noemen: tijdens de aftiteling zien we onderstaand citaat van George Eliot voorbij komen:

The growing good of the world is partly dependent on unhistoric acts; and that things are not so ill with you and me as they might have been, is half owing to the number who lived faithfully a hidden life, and rest in unvisited tombs.’ – George Eliot (Middlemarch).

Onze wereld wordt niet gedragen door de machtigen en groten der aarde, maar juist door de kleinen, die trouw en toegewijd hun verborgen leven leiden en rusten in onbekende en onbezochte graven. De Bijbel heeft het dan over de ‘stillen in den lande’…

De film vertelt het – historische! – verhaal van de Oostenrijkse boer Franz Jägerstetter, die op grond van zijn geloof weigert om de eed van trouw aan Hitler te zweren. Hij wordt steeds meer een gehate eenling in zijn dorp. Alleen zijn vrouw Fani steunt hem. Regisseur Malick gebruikt voor zijn dialogen en voice-overs de bewaard gebleven briefwisseling tussen Fani en Franz. In de gevangenis steunt Franz op zijn geloof en op de onvoorwaardelijke liefde van zijn vrouw, hoezeer hij ook – als door de duivel – verzocht wordt.

De binnenkant van de film is de liefde van deze twee mensen voor elkaar en hun geloofsovertuiging dat je zelfs de in de zwaarste omstandigheden op God mag vertrouwen en eraan mag vasthouden dat goedheid betekenis heeft en deze wereld Gods wereld blijft. Met zijn poëtische, meanderende, trage filmstijl plaatst Malick dit kleine verhaal van twee mensen vervolgens in hypnotiserende beelden van de overweldigende natuur in de Alpen, met alle wisseling der seizoenen. Opnieuw probeert Malick met beelden de werkelijkheid te schilderen die alle verstand te boven gaat (Fil. 4: 7): de werkelijkheid van God. Franz krijgt van alle kanten te horen dat zijn offer zinloos is, een druppel op een gloeiende plaat – en wij zijn geneigd dat ook te vinden. Maar de film probeert ons te laten zien dat juist dit verborgen leven er werkelijk toe doet.

Dit is een zeer Christelijke film in de goede zin van het woord. Ik was tot tranen toe bewogen. Probeer hem te zien en neem er de tijd voor!