‘Loof de HERE, mijn ziel’ – Psalm 103

Het zijn deze woorden die centraal stonden in de laatste dienst waarin ik als eigen predikant mocht voorgaan in de Zuiderkerk te Bunschoten – Spakenburg. Op drempelmomenten in je leven kun je – is mijn ervaring – altijd terugvallen op de Psalmen.

Psalm 103 zit al een leven lang dicht op mijn huid. Thuis was het al een lied waarmee alle bijzondere dagen, ook de verdrietige, gemarkeerd werden. En als predikant lees ik woorden uit deze Psalm al 33 jaar op alle Avondmaalszondagen. De woorden zitten in je hart gekerfd. Loof de HERE, mijn ziel, en al wat in mij is, Zijn heilige naam. De Psalm begint en eindigt met de lofzang. Maar het is geen vrome vlucht! Want tussen die lofzangen in horen we heel het leven: wat niet goed gaat, ziekte, graf, onrecht, schuld, breekbaarheid, vergankelijkheid – noem maar op. Maar de Psalm houdt in al die dingen kinderlijk vast dat de goedheid en trouw van de HERE tegen dat alles opwegen, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Dat gaat niet altijd vanzelf, zo weten wij allemaal. Vandaar dat in deze Psalm de dichter zichzelf aanspreekt en bemoedigt om te blijven loven: loof de HERE, mijn ziel. Vind ik mooi!

Ziel is een wonderlijk woord. De Bijbel kan het ook rustig door elkaar heen gebruiken met bv. hart en geest. En je moet het ook zeker niet tegenover ons lichaam zetten als in een soort tegenstelling! Die fout is eeuwenlang gemaakt. Het hoort allemaal bij elkaar en is met elkaar verbonden: ‘Mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus’, zegt Paulus in I Thess. 5: 23. Wij mensen zijn stof, zingt Psalm 103, maar Gods genade en goedheid maken ons juist zo tot een levende ziel (Gen. 2: 7). Ziel blijft daarom een mooi -zij het wat raadselachtig- woord om aan te duiden dat we voor God toch ook weer meer zijn dan stof: we leven ons leven met ‘al wat in ons is’ voor Gods aangezicht. En omdat Hij er is in Christus, mag léven lóven zijn en worden.

Psalm 103 vers 3 en 7

Dat je een ziel hebt, sterker nog: een ziel bent, maakt ook dat wij over onszelf kunnen nadenken. Hoe sta ik ervoor? In relatie tot mijzelf, tot de ander, tot God? Een goede vraag, waar je natuurlijk een heel leven voor nodig hebt. Vergeet intussen de lofzang niet!

Ik werd getriggerd door een gedicht van Wislawa Szymborska: Enige woorden over de ziel.

Een ziel heb je nu en dan.
Niemand heeft haar ononderbroken
en voor altijd.

Dagen en dagen,
jaren en jaren
kunnen zonder haar voorbij gaan.

Soms verwijlt ze alleen in het vuur
en de vrees van de kinderjaren
wat langer bij ons.
Soms alleen in de verbazing
dat we oud zijn.

Zelden staat ze ons bij
tijdens slopende bezigheden
als meubels verplaatsen
en koffers tillen
of een weg afleggen op knellende schoenen.

Bij het invullen van formulieren
en het hakken van vlees
heeft ze doorgaans vrij.

Aan een op de duizend gesprekken
neemt ze deel,
maar zelfs dat is niet zeker,
want ze zwijgt liever.

Wanneer ons lichaam begint te lijden en lijden,
verlaat ze stilletjes haar post.

Ze is kieskeurig:
ze ziet ons liever niet in de massa,
walgt van onze strijd om maar te winnen
en van ons wapengekletter.

Vreugde en verdriet
zijn voor haar geen twee verschillende gevoelens.
Alleen als die twee zijn verbonden,
is ze bij ons.

We kunnen op haar rekenen
wanneer we nergens zeker van zijn,
maar alles willen weten.

Wat materiële zaken betreft
houdt ze van klokken met een slinger
en van spiegels, die vlijtig hun werk doen,
ook wanneer niemand kijkt.

Ze vertelt niet waar ze vandaan komt
en wanneer ze weer van ons verdwijnt,
maar lijkt zulke vragen beslist te verwachten.

Het ziet er naar uit
dat net als wij haar
zij ons ook
ergens voor nodig heeft.

Het meest Christelijke feest: Pinksteren

Ik hoor nogal eens dat mensen Pinksteren een moeilijk feest vinden. Dat suggereert dat bv. Kerst en Pasen mákkelijke feesten zijn, hetgeen bepaald niet zo is! God die mens wordt en Christus die de dood overwint – dat gaat ons verstand verre te boven, daar kun je niet bij.

Het ‘probleem’ zal wel zijn dat je Pinksteren niet kunt vieren zonder geloof. Want je kunt in Nederland Kerst en in wat mindere mate Pasen meevieren, zonder dat er veel sprake is van geloof in onze Heer Jezus Christus. Iedereen ziet wel uit naar deze vrije dagen. Iedereen weet wel wat te melden over ‘de komst van het kwetsbare kindje’ en over het ‘nieuwe (lente)leven’. Iedereen wil ook wel kerstliederen aanhoren of zelfs de Mattheuspassion bezoeken, om iets van de ‘sfeer’ op te pikken. Sterker nog: het is inmiddels hip geworden om mee te doen aan The Passion! Oftewel: deze feestdagen leven nog wel in onze samenleving, al is de Christelijke inhoud dan behoorlijk verdund. Men peinst er niet over om deze feestdagen in te leveren!

Met Pinksteren lukt dat niet. De meeste mensen kunnen dit feest niet plaatsen. Men weet niet waar het over gaat en uit arren moede begeeft men zich naar meubelboulevards, motorcrosses en popfestivals (tot de corona-beperkingen ingingen dan)…

En dat is natuurlijk geen wonder. Pinksteren is namelijk het feest van geloof en vertrouwen, het feest van de bekering. Pas als je daar iets van weet, valt er iets te vieren! En wat vieren we dan? Nou, soms kun je vrezen dat het Evangelie een oud verhaal is van lang geleden. Soms ben je er van overtuigd dat God onbereikbaar ver weg is. Soms meen je dat je niet kunt geloven.

Dan is daar de aanraking van de Heilige Geest! En Hij maakt de verleden tijd tot tegenwoordige tijd. Hij zet mij in het Evangelie en maakt dat ik mijn naam daarin terug vindt. Hij opent mijn ogen, zodat ik zie dat de Heer dicht bij mij is. Hij raakt mijn hart aan, zodat mijn hart in mij gaat branden.

Ik geloof! De Geest zet liederen, psalmen en gezangen onder stroom. Opeens zijn het geen versjes meer die ik vroeger uit het hoofd moest leren en die ik nu gedachteloos meezing met orgel en/of beamer… Nee, het zijn opeens mijn liederen geworden! Mijn leven en mijn ziel zit erin! Ik kan sommige liederen niet meer zingen zonder diep geraakt te worden.

Opeens zijn Doop en Avondmaal geen oeroude kerkelijke rituelen meer, waaraan ik gewend ben geraakt – het wordt allemaal tastbaar Evangelie. Opeens zijn de al die zo verschillende mensen om mij heen mijn broeders en zusters… Dat doet de Heilige Geest.

Ontvang de vlam des Heren! Hij heeft u rijp bevonden om midden uit uw zonden van Hem te profeteren!

Gerrit Achterberg

In Handelingen 2 zit (NBG) de gemeente ergens in een huis. De leerlingen zijn bepaald nog niet ‘Handelingsbekwaam’: ze moeten er nog niet aan denken om op straat uit te komen voor hun geloof, laat staan om aan heel de wereld het Evangelie te verkondigen. Dan raakt God heel hun leven en ‘heel het huis’ aan met de toverstaf van Zijn Geest: er komt leven in! En ze komen in beweging. Ze gaan er op uit. Ze gaan handelen, vandaar de naam van het Bijbelboek.

Pinksteren is een feest van verwondering. Nu pas besef ik echt wat het betekent dat Christus voor mij gekomen is, voor mij gestorven en opgestaan. Kerst en Pasen krijgen pas kleur en betekenis door Pinksteren. Het is de Geest die er Christelijke feestdagen van maakt. Het is de Geest die leert zingen en bidden en de kerk tot huis Gods maakt. Daarom is Pinksteren het meest Christelijke feest!